We staan voor grote uitdagingen in de wereld, maar keren ons ervan af

THIJS LIJSTER – Laten we beginnen met een vogel. Wees gerust, het is niet de uil van Minerva, maar de albatros van Chris Jordan. Fotograaf Jordan maakte beelden op de Midway Islands, halverwege tussen Japan en de VS in de Stille Oceaan. De grote kolonie albatrossen die daar leeft sterft uit doordat de baby-albatrossen grote hoeveelheden plastic gevoerd krijgen, afkomstig uit de plastic soup. Het plastic vult de maagjes van de vogels, zoals je kunt zien in de video. Dit beeld is symbolisch voor de wijze waarop economische, ecologische en culturele problemen met elkaar verbonden zijn, en voor de mondiale uitdagingen waar we vandaag voor staan. Een achteloos weggegooide verpakking eindigt in een vogelmaag, of via een vis terug op ons bord, mijn spaargeld wordt geïnvesteerd in gewapende conflicten, en door chocolade-eitjes te eten maak ik me medeschuldig aan slavernij.

Tekst loopt door onder de video.

Midway, een film van Chris Jordan.

In reactie op de complexiteit en onoverzichtelijkheid van deze wereld, zo heb ik betoogd in De grote vlucht inwaarts, keren we ons af van die wereld, en keren we de aandacht naar binnen toe. Op individueel niveau – in de vorm van mindfulness- en meditatiecursussen of het design-your-own-life principe van IKEA – maar ook op collectief niveau: in de vorm van isolationisme, neonationalisme en retrotopisch populisme. Overal in de westerse wereld zien we een gestage opkomst van partijen die terug willen naar een tijdperk waarin de natie nog groots was, of dit nu de VS van de jaren 50, het imperiale Groot-Brittannië, de gouden eeuw, of de ijstijd is, toen we nog mammoeten omlegden.

Bas Heijne schrijft hierover in zijn essay Onbehagen: ‘Het populisme van Trump, en van zoveel andere hedendaagse politici, beantwoordt aan twee grote verlangens van onze tijd – het maakt de wereld simpel en overzichtelijk, en geeft de burger de illusie van zelfbeschikking terug, het idee dat hij de wereld toch weer gewoon naar zijn hand kan zetten.’ Al deze ingrediënten zagen we terug in de Brexit-campagne, die gebaseerd was op het verlangen naar een terugkeer naar een betere, simpelere tijd en to take back control.

“In reactie op de complexiteit en onoverzichtelijkheid van deze wereld keren we ons ervan af, en keren we de aandacht naar binnen toe.”

Ook de reacties op de Brexit vanuit het andere kamp zijn gerust ideaaltypisch te noemen, zowel gedurende als na de campagne. De neerbuigendheid waarmee over Brexit-stemmers gesproken wordt, was de typische toon van zelfgenoegzaamheid en de zelfverzekerdheid over de ‘juiste feiten’ te beschikken, zonder te overwegen of de boosheid van veel Brexiteers en hun eis tot zelfbeschikking misschien gerechtvaardigd zouden kunnen zijn, omdat ze jaren achtereen uitgekleed, genegeerd en vernederd zijn, terwijl het grote graaien aan de top rustig verder kon gaan. Hillary Clintons basket of deplorables had zijn pendant in de Britse chavs. Onder die titel schreef Guardian-journalist Owen Jones een boek over de wijze waarop de Britse onderklasse doorgaans wordt gerepresenteerd, om niet te zeggen gedemoniseerd, in populaire cultuur, namelijk als luidruchtig, primitief, asociaal, ongezond, en in het algemeen belachelijk (denk aan de typetjes uit de serie Little Britain). Het Brexitreferendum bleek een uitgelezen kans voor deze chavs om terug te slaan, een kans die met beide handen werd aangegrepen.

Een ander geluid in de reacties was dat Brexit totaal onrendabel, onhoudbaar en dus eigenlijk onrealistisch is, zoals voorgerekend door talloze economen en planbureaus. Maar ook dit kunnen we begrijpen als een tegenreactie op een neoliberale, technocratische tendens die decennialang dominant was. Het neoliberalisme bepaalde wat wel en niet politiek denkbaar was, wat tot de reële mogelijkheden behoorde en wat niet, omdat er nu eenmaal ‘geen alternatief’ was, in de beroemde woorden van Thatcher. ‘Realisme’ in die zin is ideologie in haar zuiverste vorm, namelijk het presenteren van een historische stand van zaken als de ‘natuurlijke’. De Britse filosoof Mark Fisher noemde dit ‘capitalist realism’. Dat mensen in opstand komen tegen een dergelijk realiteitsprincipe – de berusting in het ‘zo is het nu eenmaal’ – lijkt me volstrekt terecht, en in zeker opzicht zelfs toe te juichen. Minstens zo erg als ‘fact-free politics’ is ‘value-free politics’, de gedachte dat er een technisch en pragmatisch eenduidige oplossing bestaat voor iets wat in wezen een politiek vraagstuk is. Helaas is juist Europa jarenlang het symbool geweest van een dergelijke post-politiek, zoals bijvoorbeeld te zien is geweest in de aanpak van de Griekse schuldencrisis.

Begrijp me goed, dit is zeker geen pleidooi voor de Brexit; wat ik probeer te zeggen is dat zowel de woede tegen het establishment als de weerzin tegen de post-politiek van no alternative invoelbaar zijn. Probleem van het eerste is natuurlijk dat die woede vervolgens veelal verkeerd gekanaliseerd wordt: richting immigranten in plaats van tegen het kapitaal. Wat dat betreft was Brexit vanaf het begin een valse keuze tussen het bekrompen nationalisme van Farage en het geglobaliseerde kapitalisme van Cameron. De Brexit is een onheilige alliantie tussen een miskende onderklasse, of lower-middle class, die stemt uit angst, onzekerheid en ressentiment, en een opportunistische, op geld en macht beluste bovenklasse, die de gevoelens weet te kanaliseren om er aan slaatje uit te slaan. Denk aan Boris Johnson die een uitgelezen kans zag premier te worden, en Jacob Rees-Mogg die intussen via een investeringsfonds 7 miljoen pond heeft verdiend aan de gevolgen van de Brexit. De grote verliezer, nog voordat de campagne begon, is dan ook de Labourpartij, die zich tot deze alliantie nog altijd niet volledig overtuigend weet te verhouden.

Tekst loopt door onder de afbeelding.
1554387613.jpg
Een protest tegen de Brexit in Londen (foto: EPA/Facundo Arrizabalaga).

Dat brengt mij bij de tweede oorzaak, de opstand tegen de politiek van no alternative en het kapitalistisch realisme. Probleem van de meeste vormen van populisme is mijns inziens niet zozeer dat het ons dagdromen voorschotelt; integendeel, het probleem is veeleer dat het niet hard genoeg droomt, niet groot genoeg droomt. Zelfs al zou Baudet bijvoorbeeld zijn boreale heilstaat weten te verwezenlijken, dan strekt die zich uit van Groningen tot Maastricht, en van Hoek van Holland tot Enschede: inderdaad een heel klein stukje aarde. Maar als we even terugdenken aan de albatros van het begin, dan vragen de grootschalige uitdagingen waar we vandaag voor staan om even grootschalige oplossingen, en dus niet om de terugtrekkende bewegingen, om een grote vlucht inwaarts.

Het probleem is dan ook dat we telkens voor de keuze gesteld worden: meer of minder Europa, blijven of vertrekken. Ten eerste is dit zoals gezegd een valse keuze, omdat de nationalisten en neoliberalen in feite maar al te vaak op een lijn zitten, omdat beide vooral de krenten uit de pap van Europa willen: niet de open grenzen, wel de open markten; transport van goederen en financiën, maar niet van arbeid; niet de Poolse bouwvakker, wel de Poolse componist Chopin. Ten tweede is het ook een vreemde en beperkte keuze: we stemmen toch ook niet voor of tegen het bestaan van een Nederlandse regering? Het zou moeten gaan om wat voor soort Europese Unie we willen hebben: een die er hoofdzakelijk is voor zakelijke belangen, het neoliberale, technocratische en bureaucratische project dat het tot nu toe was, of een Europa dat de kwetsbaren beschermt, zowel binnen als buiten haar grenzen, een democratischer en gelijkwaardiger Europa. Dat is een politiek en economisch vraagstuk, maar zeker ook een cultureel vraagstuk, omdat het gaat over de vraag wie wij, als gemeenschap, willen zijn. Europa als economische en politieke gemeenschap kon functioneren zolang iedereen profiteerde; pas toen het even tegenzat bleek het moeilijk uit te leggen aan een Duitser waarom hij een Griek moest helpen, of tegen een Brit waarom hij bij de EU zou moeten blijven. En volgens mij ís dat slechts uit te leggen op grond van gedeelde waarden, op grond van een garantie van internationale solidariteit, en onder voorwaarde van voldoende mogelijkheden tot inspraak.

Net als de Franse filosoof Étienne Balibar denk ik niet dat Europa de oplossing is, maar denk ik dat we, en ik citeer, ‘omdat het nationalisme van kwaad tot erger gaat en voor geen enkel probleem een oplossing biedt, zeker niet voor de sociale problemen in de huidige mondiale context – niet aflatend moeten strijden voor de transformatie van de Europese politiek en de structuur van Europa zelf.’ Zolang we die strijd uit de weg gaan, staan we tegenover de Brexiteers met lege handen. Enige tijd terug zag ik een Brexit-cartoon waarin een man met bolhoed tijdens een vlucht zonder parachute uit een vliegtuig stapte onder de woorden ‘It’s time to say goodbye.’ Maar zolang het vliegtuig zijn koers niet wijzigt zijn de mensen die in de cabine blijven zitten net zo slecht af als degene die het vliegtuig verlaat

Niet denken over kunst, maar denken dóór kunst, zoals met de albatros-foto’s van Chris Jordan, doet Thijs Lijster ook in zijn nieuwe boek dat zojuist is verschenen: Kijken, proeven, denken. Essays over kunst en filosofie.