Waarom ras ertoe doet


Afua Hirsch – ‘Ik ontdekte dat ik zwart was toen ik naar de Verenigde Staten kwam,’ heeft de briljante Nigeriaanse schrijfster Chimamanda Ngozi Adichie eens opgemerkt. ‘Eerst zei ik: “Ik ben niet zwart, ik ben Nigeriaans.” Dat heb ik een jaar lang volgehouden. En toen besefte ik dat zelfs dát, mijn reactie, een aanklacht tegen het Amerikaanse racisme was. Want natuurlijk ben ik zwart, maar omdat ik besefte dat de Amerikaanse opvatting van zwart zo’n negatieve lading had, dacht ik: nee, dat wil ik niet.’

Adichies aanvankelijke afwijzing van het etiket ‘zwart’ zegt iets over het Amerikaanse racisme, maar het zegt ook iets over Afrikaanse identiteiten. ‘Zwart’ is als identiteit net zo zinloos in een land als Nigeria, waar bijna iedereen zwart is, als ‘wit’ in een land waar bijna iedereen wit is. Mensen zien zichzelf dan gewoon niet zo – dan hebben andere identiteiten meer betekenis, zoals iemands etnische groep, geloof, regio, dialect. Toen ik luisterde naar Adichie moest ik denken aan mijn moeder, die vanuit Ghana naar het Verenigd Koninkrijk verhuisde met een identiteit die eerst was gevormd in een land waarin zwart de norm was.

Anders dan Adichie hebben wij als Britse mensen een identiteit die vorm heeft gekregen in een land waarin deze dingen niet openlijk worden besproken. Toen ik voor het eerst over identiteit begon na te denken, wat samenvalt met het moment waarop ik voor het eerst begon na te denken, was dit iets wat ik voor mezelf hield. Het was niet iets waar je op school over kon praten of waarvoor je de taal kende waarmee je er thuis over kon beginnen. Mijn moeder heeft zichzelf – ten overstaan van mij althans – nooit als zwart omschreven. Wat opnieuw allerlei vragen opriep. Was ik zwart, zoals sommige mensen zeiden? Wat zou mijn vader, die wit is, ervan denken als ik mezelf zo omschreef? Wat was de zwarte ‘gemeenschap’, en maakte ik daar deel van uit?

 

De tekst loopt door onder de afbeelding.

 

De precieze betekenis van ‘identiteit’ heeft zich altijd moeilijk laten definiëren. Voor mij omvat het twee begrippen. Het eerste is een reeks persoonlijke eigenschappen die iemand tot een individu maakt, de dingen die we relevant achten voor wie we zijn. Het tweede begrip is sociaal van aard, en duidt op de eigenschappen die we gemeen hebben met de andere leden van een groep, het gevoel ergens thuis te zijn, te behoren tot een sociale categorie, gemeenschap, stam, geloof of land.

Het is de relatie tussen de twee – het individu en de groep – die iemands identiteit tot zo’n wezenlijke menselijke categorie maakt. Er wordt vaak gezegd dat je tot niets in staat bent zolang je niet weet wie je bent. Voor ons als sociale wezens heeft weten wie je bent deels te maken met weten tot welke groep we behoren, welke eigenschappen, waarden of geloofsovertuigingen we delen met anderen, welke anderen en waarom. Veel denkers hebben zich hierover het hoofd gebroken. Sommigen richten zich daarbij op het verleden: ‘Een volk dat zijn eigen geschiedenis, oorsprong en cultuur niet kent is als een boom zonder wortels,’ zei de pan-Afrikaanse pionier Marcus Garvey. Anderen richten zich op het vermogen een nieuwe toekomst te bouwen. ‘Weet waar je vandaan komt,’ schreef de grote Afro-Amerikaanse intellectueel James Baldwin. ‘Als je weet waar je vandaan komt, bestaan er absoluut geen begrenzingen meer aan waar je heen kan.’ Ralph Ellison stelt het het best in zijn grote roman Invisible Man: ‘Als ik weet wie ik ben, ben ik vrij.’

‘Zwart’ is als identiteit net zo zinloos in een land als Nigeria, waar bijna iedereen zwart is, als ‘wit’ in een land waar bijna iedereen wit is.

Ergens bij horen is een menselijke basisbehoefte. Het grootste deel van de mensheid kreeg het gedurende het grootste deel van de geschiedenis mee via familie, het kreeg vorm in de samenleving, en lag vervat in taal, gewoontes, religie en het nationaal bewustzijn, door middel van een onbewust proces van sociale conditionering. Dit wil niet zeggen dat deze identiteiten niet veelvuldig worden verscheurd, ontwricht, herzien – dat is evenzeer deel van de menselijke conditie als de behoefte ergens bij te horen. Onze ontstaansmythes gaan vaak over identiteitscrises – van Mozes, de Israëliet die opgroeide aan het Egyptische hof, tot Mahatma Gandhi, die zich van typische Engelsman, compleet met maatpakken en spraaklessen, ontwikkelde tot een hindoeïstisch asceet. Beiden zijn een voorbeeld van individuen die een persoonlijke reis maakten die miljoenen anderen inspireerde hun eigen identiteit eveneens opnieuw vorm te geven. Zelfs Harry Potter is in belangrijke mate een verhaal over identiteit: het tovenaarskind opgevoed door dreuzels die zijn magische krachten niet konden stimuleren of toelaten.

De verwarring die ik als vrouw van gemengde afkomst, een kind van Joodse en Afrikaanse immigranten in een Europees land in de twintigste en eenentwintigste eeuw ervoer is niet anders dan die van mijn voorgangers. Daarbij vormt niet het verwarde erfgoed het probleem. Raciale zuiverheid bestaat helemaal niet. Het gaat om het afvlakken van het gesprek: het feit dat we in het hedendaagse Groot-Brittannië deze identiteiten niet op een gezonde manier kunnen verkennen en met elkaar verzoenen. Dit onvermogen kan zowel ons individuele als nationale erfgoed doen omslaan van een rijke en complexe bron in een gigantische identiteitscrisis.

 

De tekst loopt door onder de afbeelding.

Schrijfster Afua Hrisch. Bron: thetimes.co.uk

 

De afgelopen jaren hebben ons laten zien dat bedreigde identiteiten niet stilletjes naar de achtergrond verdwijnen; ze kunnen afwerend reageren en wanhopig, met hernieuwd zelfvertrouwen en trots terugvechten. Donald Trump staat voor een witte, lompe, wapenbeluste op de spits gedreven soort mannelijkheid waarmee ik persoonlijk helemaal niets heb. Maar ik heb wél iets met de gedachte dat ik iets met hem moet; dit is dezelfde prikkel die me enthousiast maakte over Barack Obama. Ik ben niet Amerikaans en heb geen direct belang bij het lot van dit land, toch had ik het gevoel dat Obama míj vertegenwoordigde. Dit was een man wiens ouders afstamden van immigranten, net als de mijne, die in het buitenland had gewoond, die van gemengde afkomst was, net als ik, en hij was zo bezeten door de nuances van zijn eigen identiteit – hoe lastig het is deze te begrijpen en vervolgens op te eisen – dat hij er een boek over schreef, zoals ik nu zelf ook doe.

Ik was het met een groot deel van zijn beleid eens, op het gebied van gezondheidszorg, het sluiten van Guantánamo Bay, maar dat was niet waarom ik zo enthousiast over hem was. De aanblik van Obama die het stokje overgaf aan Trump, een president die wordt gesteund door een brede witte, nationalistische beweging die racisme, vrouwenhaat en algehele onverdraagzaamheid propageert dan wel tolereert, voelde aan als het ultieme verzet tegen een wereld die diverser is geworden, waarin identiteiten gefragmenteerder en verfijnder zijn.

Ik ben niet Amerikaans en heb geen direct belang bij het lot van dit land, toch had ik het gevoel dat Obama míj vertegenwoordigde.

Identiteiten geven over de hele wereld vorm aan sociale en politieke verandering. Tegelijk zijn ze de uitdrukking van een intieme relatie met jezelf, iets wat zich onmogelijk door anderen laat onderwerpen of opleggen. Om die reden heb ik voor mijn verhaal gebruikgemaakt van mijn eigen ervaringen met identiteit. En al lijken de Britse identiteiten van buitenaf vooral gebaseerd op sociale klasse, religie, regio, gender, politieke oriëntatie en nationaliteit, ik schrijf vooral over raciale en etnische wortels. Dit is wat ik heb geleerd van een bestaan als Brits staatsburger, met wortels in Yorkshire, Afrika en het jodendom. Ik laat anderen met andere identiteiten graag hun eigen verhaal vertellen. Dit is wat ik heb geleerd van het zoeken en vinden van een plek voor mezelf in een land dat ervan overtuigd is dat rechtvaardigheid een belangrijke waarde is, maar dat immigratie ziet als een probleem.

Afua Hirsch spreekt verder over ras en identiteit op zaterdag 27 oktober op Brainwash Festival! Klik hier voor het hele programma. Kaartjes zijn hier verkrijgbaar. Dit artikel is een fragment uit haar onlangs verschenen boek Waarom ras ertoe doet.