Paul Verhaeghe: eenzaamheid is een structureel probleem

De anderhalve meter, weinig tot geen bezoek kunnen ontvangen en thuiswerken. Ja, de voortdurende maatregelen gericht op het bestrijden van corona hebben ervoor gezorgd dat meer mensen zich eenzaam voelen, ziet ook psychoanalyticus en hoogleraar psychodiagnostiek Paul Verhaeghe. Maar het probleem is structureler. Op 28 februari spreekt Verhaeghe over eenzaamheid tijdens het Brainwash Weekend: Collective Loneliness.

 

Een epidemie binnen de epidemie wordt het genoemd, eenzaamheid.

‘Laten we niet vergeten dat die eenzaamheid er al was. Wat je met de pandemie ziet, is dat een aantal problemen die er al waren, uitvergroot worden. Eenzaamheid is er daar een van, omdat we door de lockdown verplicht zijn om alleen te blijven, of in kleine groepen. We kunnen onze normale sociale contacten niet handhaven. Maar het probleem van de eenzaamheid staat al langer op de agenda. Ik kan me nog herinneren dat ik eind 2018 te gast was bij Buitenhof, om over het onderwerp te praten. Toen werd me verteld dat één op de drie mensen in Nederland eenzaam is.’

Inmiddels zou het gaan om 40 procent.

‘Dat is dus niet iets dat alleen gerelateerd kan worden aan corona. Eenzaamheid is het gevoel er alleen voor te staan. En het merkwaardige is dat dat gevoel heel vaak optreedt bij mensen die een redelijk normaal sociaal leven hebben. Een vrij druk sociaal leven zelfs, in sommige gevallen. Toch hebben die het gevoel op zichzelf teruggeworpen te zijn.’

Vindt u het woord epidemie goed gekozen als het om eenzaamheid gaat?

‘Ja en nee. Nee, omdat je dan de indruk krijgt dat het een ziekte is. Ja, omdat je daarmee het algemene karakter van eenzaamheid benadrukt. Het zorgt ervoor dat mensen die zich eenzaam voelen, zich op dat vlak niet meer eenzaam hoeven te voelen. Eenzaamheid werd, en dan heb ik het over de tijd voor de coronacrisis, al heel gauw uitgelegd als een individueel probleem. Het zou individuen betreffen die bejaard waren en niet meer werkzaam. Of het zou gaan om jongeren die niet beschikten over noodzakelijke sociale vaardigheden, sociaal angstig waren, of een stoornis vertoonden en daarom niet in staat zouden zijn om sociale contacten uit te bouwen. Met name in die laatste gevallen kun je bijna spreken van beschuldigingen, waardoor iemand die zich eenzaam voelt, ook nog eens te horen krijgt dat het zijn of haar eigen schuld is. Zoals alles tegenwoordig de verantwoordelijkheid van het individu is geworden. Maar hoe verklaar je dan dat zoveel mensen zich eenzaam voelen? Je kunt niet meer spreken van een individueel probleem, maar je moet spreken van een structureel probleem.’

Eenzaamheid is geen individueel probleem. Je moet spreken van een structureel probleem.

Kunt u dat uitleggen?

‘Je moet eenzaamheid beschouwen als een structureel veroorzaakt probleem in onze verhouding tegenover de ander. We hebben een maatschappij gecreëerd waarin die ander in eerste instantie een concurrent is, iemand aan wie je je moet afmeten, professioneel en ook relationeel. In zo’n samenleving valt het normale, aangeboren, sociale vertrouwen weg en ben je voortdurend bezig met jezelf, met excelleren, of met de ander, die je niet vertrouwt. Dat leidt tot gepieker over oneindig veel, vaak hele banale zaken. Het kan gaan over je uiterlijk, hoe je daar iets aan moet doen, over je studie, over een gemiste promotie op werk, of het feit dat iemand anders wél een promotie heeft gekregen.’

En dat hangt samen met de manier waarop we de maatschappij hebben ingericht?

‘In de jaren 60 en 70, nog niet eens zo lang geleden, hadden wij een maatschappij waarin het accent lag op de verplichte groepsvorming. De verzuiling, zoals dat in Nederland genoemd wordt. Toen was er geen eenzaamheidsprobleem. Wel waren er problemen op het gebied van vrijheid en creativiteit, want iedereen moest in de pas lopen. In de jaren 70 is men daartegen in opstand gekomen. Terecht, want het was nodig om het individu ruimte te geven voor zelfontplooiing en het volgen van eigen verlangens op het gebied van bijvoorbeeld seksualiteit, religie en opvoeding. Veertig jaar later zijn we doorgeschoten naar de andere kant. We hebben geen groep meer, alleen het individu. Die individualisering heeft zich verbonden met de concurrentie en met het moeten excelleren. Zelfontplooiing is vergleden tot de verplichting dat iedereen het moet maken, en succes meten we af aan materiële zaken. Daar betalen we nu de prijs voor.’

We zijn eenzame individuen geworden.

‘Klopt. En dan eenzaamheid gekoppeld aan sociale angst en beperkt vertrouwen in de ander.’

Zijn er specifieke klachten die gepaard gaan met eenzaamheid?

‘In het beste geval is dat de eenzaamheid zelf. Dat zeg ik zo, omdat mensen dan doorhebben dat hun klachten daarmee samenhangen. Vaker komen mensen aan met wat ik randklachten noem. Bijvoorbeeld eetstoornissen, maar vooral slapeloosheid. In het eerste gesprek kom je er dan achter dat die klachten samenhangen met dat fundamentele gevoel van op jezelf teruggeworpen te zijn.’

We hebben niet alleen moeite om ons met de ander te verbinden, maar ook met onszelf, schrijft u.

‘De concurrentieslag heeft zich uitgebreid naar concurrentie met onszelf en met ons eigen lichaam. We moeten er gezond, sexy en jong uitzien, steeds grotere prestaties neerzetten en uitblinken. Daarmee krijg je een vergaande vorm van vervreemding. Mensen putten zich uit tot ze tegen een muur knallen. Dat zie ik terug bij consultaties. Ik zie veel mensen die met een aantal vage klachten komen. Een mengeling van lichamelijke en cognitieve klachten: slapeloosheid, vermoeidheid, net iets te veel alcohol of wiet gebruiken en zich daar zorgen om maken. De achtergrond van die klachten, daar staat men vaak niet bij stil. Dat men een leven, vaak een professioneel leven, aan het leiden is, dat ronduit ziekmakend is.’

En dat is dus opnieuw het gevolg van die prestatiedruk?

‘En het feit dat we daarop worden afgerekend. Want hard werken is niet verkeerd, als er maar sprake is van autonomie en erkenning door de buitenwereld. Als je heel hard werkt in de overtuiging dat het nooit genoeg is, en je bovendien voor een groot deel afhankelijk bent van anderen en de erkenning uitblijft, dan komt het niet goed.’

 

Samen met anderen iets voor een ander doen, werkt heel helend.

Hoe verder?

‘Laat duidelijk zijn dat de oplossing niet schuilt in het aanleren van sociale vaardigheden, zodat mensen tekorten die ze hebben kunnen remediëren. We staan voor een maatschappelijke opdracht tot het herstellen van dat basisvertrouwen. Als dat vertrouwen er weer is, dan stap je wel op die ander af. Een van de manieren om dat te doen is het opzetten van lokale, gemeenschappelijke projecten. Dat heeft deze coronatijd ook laten zien: mensen die boodschappen voor een ander deden, of op een andere manier naar elkaar omkeken. Samen met anderen iets voor een ander doen, werkt heel helend.’

En hoe komen we weer in contact met onszelf?

‘Ik ga iets heel banaals zeggen, maar we moeten weer leren om naar ons lichaam te luisteren. Het is opvallend hoe vaak mensen niet weten wanneer ze zich goed of slecht voelen. En dan heb ik het letterlijk over voelen. Dat zijn we verleerd. Ik herinner me een van de eerste keren dat ik ging skiën. De verhuurder van het skimateriaal vroeg aan iedereen in de rij dezelfde vraag: moét je skiën of wíl je skiën? Ik vond dat prachtig. Want eigenlijk moest ik skiën. Ik had me het laten aanpraten. Ik ben het gaan doen en vond het leuk, maar het liet me stilstaan bij de vraag: wil ik dit wel? En die vraag stellen we veel te weinig.’

Ontvang onze nieuwsbrief

Altijd als eerste op de hoogte zijn?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief!