Een korte geschiedenis van een falende beschaving

FABIAN SCHEIDLER – ‘Ze maken alles kapot, onbegrijpelijk’, zei onlangs een bejaarde buurvrouw tegen me nadat ze de documentaire met de onschuldig ogende titel Zand had gezien. Die toont hoe het spreekwoordelijke zand aan zee inmiddels schaars begint te worden, omdat wereldwijd stranden, rivierbeddingen en zeebodem worden afgebaggerd om in de hoogbouw van Dubai of Shenzhen te verdwijnen. ‘Komt er dan nooit een einde aan, houden ze dan nooit eens op?’, vroeg ze me.

We zijn er op dit moment getuige van hoe een hele planeet die vier miljard jaar nodig heeft gehad voor zijn ontwikkeling, wordt opgestookt in een wereldwijde economische machinerie die massa’s goederen en tegelijk massa’s afval produceert, waanzinnige rijkdom en massale armoede, permanente overspanning en onnutte kracht. Een buitenaards wezen dat ons zou bezoeken, zou dit systeem volstrekt idioot vinden. En toch kent het een zekere rationaliteit. De harde kern van deze rationaliteit bestaat uit de oneindige vermeerdering van het aantal nullen op de bankrekeningen van een relatief overzichtelijk aantal mensen. Het verlengen van die getallen lijkt uiteindelijk het enig overgebleven doel van de wereldwijde megamachine te zijn. De aarde wordt voor een eindeloos groeiend aantal nullen verbrand.

 

De tekst loopt door onder de afbeelding.

 

Eigenlijk weet iedereen hoe verwoestend dit systeem is, dat het ziek is en ziek maakt. Tachtig procent van alle Duitsers zou volgens enquêtes liever een ander economisch systeem zien. De tijd dat we enthousiast waren over de vooruitgang en euforisch over de markt, ligt ver achter ons. Vrijwel niemand die ik in de afgelopen tien jaar heb gesproken – of het nu conservatieve, linkse, ecologisch bewuste, jonge of oude mensen zijn – gelooft nog in de toekomst van dit systeem wanneer men eerlijk is en zijn professionele houding even laat varen. Maar tegelijk heerst er een beklemmende radeloosheid. Het raderwerk lijkt, hoewel het duidelijk zinloos en verwoestend is, niet te stoppen. Na het fiasco van tientallen jaren van klimaatonderhandelingen die meer CO2hebben gekost dan dat ze hebben bespaard, internationale conferenties over de bestrijding van de honger plus enkele, hooguit oppervlakkige reparaties aan een internationale financiële markt die een gevaar vormt voor de openbare veiligheid, verwacht inmiddels niemand nog werkelijk een wereldwijde trendbreuk in het beleid van regeringen. Hoewel de kennis over de fatale gevolgen van zo doorgaan met de dag toeneemt, houden de kapiteins van de grote machine vastberaden koers in de richting van een onvermijdelijk ongeluk.

 

Dat is des te merkwaardiger omdat er, in tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, wel degelijk alternatieven bestaan. Vrijwel elk domein van onze samenleving en onze economie zou volkomen anders kunnen worden georganiseerd: Zo zou de volledige landbouw bijvoorbeeld binnen een paar jaar tijd kunnen overstappen op een ecologische aanpak en zo 40 procent van alle broeikasgassen kunnen besparen. Een monetair systeem dat gericht is op het algemene belang zou de plaats kunnen innemen van het huidige financiële fiasco en er bestaan al tientallen jaren ideeën voor decentrale vernieuwbare energie, intelligente openbaar-vervoerssystemen, eerlijke arbeidsdeling en regionale economische kringlopen. Dat zou allemaal mogelijk zijn als we maar – ja wat eigenlijk? Wie of wat blokkeert deze mogelijkheden toch, en waarom?

 

De mythen van de moderniteit

De schuld van het feit dat we deze dodelijke weg zijn ingeslagen wordt vaak gelegd bij de zegetocht van de neoliberale politiek die in de afgelopen decennia tot een vergroting van de sociale ongelijkheid en de milieuschade heeft geleid. De oorzaken liggen echter veel dieper. Het neoliberalisme is de nieuwste fase van een wezenlijk ouder systeem dat al van het begin af aan, sinds zijn ontstaan ongeveer vijfhonderd jaar geleden, op roofbouw berust.

Deze geschiedenis kunnen we op sterk uiteenlopende manieren bekijken. De standaardversie – de mythe van de westerse beschaving – verhaalt over een proces van moeizaam verkregen vooruitgang die ondanks alle tegenspoed en tegenslagen uiteindelijk heeft geleid tot meer welvaart, meer vrede, meer kennis, meer cultuur en meer vrij heid. Oorlogen, milieurampen en volkerenmoorden tellen in die versie als uitglijder, terugval, tegenslagen of ongewenste neveneffecten van een in grote lijnen zegenrijk proces van toenemende beschaving.

Een heroriëntatie begint altijd met het innemen van een ander perspectief. De sage van de vooruitgang lijkt vanuit het standpunt van de overwinnaar – waartoe in de regel ook de mensen behoren die de geschiedenisboeken schrijven – volkomen logisch. Terwijl ik aan dit boek schrijf, zit ik bijvoorbeeld in een verwarmde ruimte, drink koffie, kijk uit het raam en zie de herfstbladeren vallen, terwijl mijn dochtertje op een fijne kleuterschool om de hoek aan het spelen is. De wereld lijkt in orde. Althans, in dat kleine deeltje tijd en ruimte dat ik op dit moment overzie.

 

De teskst loopt door onder de afbeelding.

 

Maar zodra ik een wat groter overzicht probeer te krijgen en een ander perspectief inneem, krijg ik een totaal ander beeld. De beveiliger in Irak bijvoorbeeld, die de pijplijn bewaakt waardoor de olie stroomt waarop mijn verwarming werkt, en die zijn halve familie heeft verloren in de oorlog, ziet een ander deel van de wereld, heeft een andere geschiedenis meegemaakt, en de zegetocht van het systeem waarover dit boek gaat, heeft voor hem een andere betekenis. Datzelfde geldt voor de koffieplukster in Guatemala of de arbeider in een cobaltmijn in Congo die de mineralen uit de grond haalt die mijn computer nodig heeft om te kunnen werken. Ook al ken ik ze niet, ik ben met al die mensen verbonden. Als ik dus een realistische geschiedenis wil schrijven van het systeem waarin ik leef, moet ik ook hun geschiedenis en die van hun voorouders vertellen. Ik moet, met andere woorden, mijn cocon verlaten en de wereld bekijken door de ogen van mensen van wie het stemgeluid meestal door de megafoons van de macht wordt overschreeuwd.

In een dergelijk aangepast perspectief is de expansie die de afgelopen vijfhonderd jaar van Europa is uitgegaan een geschiedenis die voor het grootste deel van de mensheid van het begin af aan gepaard ging met verdrijving, verpaupering, grof geweld – tot volkerenmoord aan toe – en de vernietiging van hun leefwereld. Dit geweld is niet iets van het verleden, geen ‘kinderziekte’ van het systeem, maar een van de blijvende, structurele componenten ervan. Dat kunnen we nu zien aan de zich aftekenende vernietiging van de basis voor het bestaan van miljoenen mensen als gevolg van de klimaatverandering.

 

De pijlers van de megamachine

Met welk recht kunnen we eigenlijk zeggen dat we hierbij te maken hebben met een wereldwijd systeem en niet gewoon met een losse verzameling van instituties, ideologieën en praktijken? Een systeem is meer dan de som van zijn delen, het is een functioneel geheel waarin alle onderdelen op elkaar zijn aangewezen en niet onafhankelijk van elkaar kunnen bestaan. Het is duidelijk dat er zoiets bestaat als een wereldwijd financieel systeem, een wereldwijd energiesysteem en een systeem van de internationale arbeidsdeling, en dat die systemen onderling nauw verband houden.

Deze economische structuren kunnen echter onmogelijk geheel zelfstandig functioneren. Ze zijn aangewezen op het bestaan van staten die bepaalde eigendomsrechten kunnen garanderen, infrastructuren kunnen aanbieden, handelsroutes militair kunnen verdedigen, economische verliezen kunnen opvangen en eventuele weerstand tegen de onredelijkheid en onrechtvaardigheid van het systeem kunnen onderdrukken. Gemilitariseerde staten en markten zijn geen tegengestelden van elkaar, maar hebben zich in een parallelle evolutie ontwikkeld en blijven tot op de dag van vandaag met elkaar vervlochten. De populaire tegenstelling van staat en ‘vrije markt’ is een fictie die met de historische werkelijkheid niets te maken heeft.

 

De tekst loopt door onder de afbeelding.

 

De derde pijler waarop het geheel steunt – naast de economische en staatsstructuren – is van ideologische aard. De gewelddadige expansie van het systeem en het onrecht waarmee dat onvermijdelijk gepaard gaat, werden van het begin af aan gerechtvaardigd met het idee dat het ‘Westen’ een wereldwijde historische missie zou hebben om overal het heil te brengen. Aanvankelijk vormde het christendom de rechtvaardiging van die claim, maar later kwamen daarvoor in de plaats de vermeend superieure ‘rede’ en ‘beschaving’, de ‘ontwikkeling’ en ook de ‘vrije markt’. Scholen, universiteiten, media en andere instituties die het wereldbeeld bepaalden, en die in de loop van de moderne tijd in nauw verband met het militaire en economische machtsapparaat zijn ontstaan, hebben een beslissende rol gespeeld bij de uitwerking en verspreiding van deze mythologie – ook al waren er daarbinnen altijd weer belangrijke emancipatiebewegingen.

Voor de samenwerking van deze drie machtssferen als onderdeel van een wereldwijd sociaal systeem gebruik ik de metafoor van een ‘megamachine’. ‘Machine’ slaat hierbij niet op technische apparatuur, maar op een maatschappelijke organisatievorm die als een machine lijkt te functioneren. Ik zeg nadrukkelijk ‘lijkt’, want ondanks alle systeemdwang bestaat die machinerie uiteindelijk toch uit mensen die haar dagelijks opnieuw tot stand brengen en dat – ten minste onder bepaalde omstandigheden – ook zouden kunnen nalaten.

 

De grenzen van het systeem

De megamachine stuit in de eenentwintigste eeuw op twee grenzen die samen onoverkomelijk zijn. De eerste grens is immanent aan het systeem zelf: Sinds ongeveer vier decennia koerst de wereldwijde economie af op een structurele crisis die niet langer vanuit de gebruikelijk conjuncturele cycli te verklaren is. Deze crisis wordt verbloemd door een steeds verder toenemende schuldenlast van alle deelnemers, door financiële zeepbellen die, wanneer ze knappen, steeds ernstigere economische crises veroorzaken. Het systeem biedt tegelijk steeds minder mensen een zeker levensonderhoud. De tweehonderd grootste ondernemingen ter wereld zijn weliswaar verantwoordelijk voor 25 procent van het bruto mondiaal product, maar verstrekken nog maar werk aan 0,75 procent van de wereldbevolking. Een steeds groter deel van de mensheid valt buiten het economische systeem, en niet alleen aan de periferie, maar ook in de accumulatiecentra en de middenlaag. De ruïnering van de Zuid-Europese landen is daarvan het meest recente voorbeeld. Deze structurele crisis is niet alleen te danken aan een verkeerde economische politiek, ze is ook het gevolg van tegenstrijdigheden binnen het systeem als geheel die zich nauwelijks laten oplossen. Dat gaat gepaard met de transformatie van een groot aantal staten dat na een relatief kort intermezzo als welvaartsstaat weer dreigt terug te veranderen in de repressieve militaire en politieorganisaties die ze in een eerdere fase waren. Met het afnemende vermogen van de megamachine om mensen nog een toekomstperspectief te bieden, valt daarnaast ook het geloof in die mythe uiteen. De ideologische samenhang – datgene wat de Italiaan Antonio Gramsci de ‘culturele hegemonie’ noemde – begint steeds duidelijkere barsten te vertonen.

 

De tekst loopt door onder de afbeelding.

 

De tweede en nog belangrijkere grens is gelegen in het feit dat de megamachine deel uitmaakt van een groter, omvattend systeem waarvan het afhankelijk is: de biosfeer van de planeet Aarde. Wij maken nu al mee hoe de haast explosieve groei van de grote machine op de grenzen van het grotere systeem stuit, grenzen die zich weliswaar nog tot op zekere hoogte laten oprekken, maar niet tot in de eeuwigheid.

De combinatie van ecologische en sociale verschuivingen brengt een extreem complexe, chaotische dynamiek met zich mee, en het is principieel onmogelijk om te voorspellen waar dit proces toe zal leiden. Het is echter wel duidelijk dat een ingrijpende, systemische kentering onvermijdelijk is – en deels ook al is begonnen. Daarbij staat veel meer op het spel dan alleen een overwinning op het neoliberalisme of de vervanging van bepaalde technologieën (ook al zijn beide nodig). Dit is een transformatie die tot in de fundamenten van onze beschaving reikt. De vraag is niet of een dergelijke transformatie zal plaatsvinden – want dat zal zeker het geval zijn, of we dat nu willen of niet – maar hoe ze verloopt en in welke richting ze zich ontwikkelt.

 

Uitstappen uit de megamachine

Het is aan ons allen om iets te doen. Als toeschouwer langs de kant blijven staan is geen optie, want ook niet handelen, passiviteit, is een keuze die helpt te bepalen hoe het verhaal zal aflopen. Het uitstappen uit de megamachine heeft twee aspecten: Enerzijds is het een vorm van verzet tegen de vernietigende krachten van de megamachine die zelfs terwijl ze bezig is vast te lopen, toch nog probeert om zich de laatste grondstoffen toe te eigenen. Anderzijds moeten we ons gaan bezighouden met het opbouwen van nieuwe sociale en economische structuren die ons in staat stellen om stuk voor stuk een beetje meer buiten de logica van de machine te leven en de kost te verdienen.

Het goede nieuws is dat dit uitstappen allang is begonnen, zowel in het verzet tegen het oude als in de opbouw van het nieuwe. Overal op de planeet wordt dagelijks door duizenden gevochten tegen mijnbouwprojecten, olieboringen, fracking, pijpleidingen, megastuwdammen, snelwegen, kerncentrales, chemische fabrieken, landroof, privatisering, verdrijving, militarisering en de macht van de banken. Die verzetsstrijd is even belangrijk als het werken aan alternatieven, want zonder alternatieven worden zelfs de beste grassroots initiatives uiteindelijk gewoon platgewalst door de hongerige megamachine of het chaotische geweld.

Verzetsstrijd is meer dan verzet. Ze brengt individuen bijeen en overwint verschillen in scholing, klasse en afkomst, bijvoorbeeld wanneer in New York verpleegsters, gepensioneerden en studenten samen Wall Street bezetten of wanneer in het Wendland de boerinnen en beroepsactivisten samen de sporen blokkeren. Dat versterkt het gevoel van verbondenheid en effectiviteit: Machteloze, eenzame toeschouwers bij een wereldwijd schouwspel van crises veranderen in strijdlustige medeburgers die zich organiseren en de macht durven te confronteren.

 

De tekst loopt door onder de afbeelding.

 

Vaak ontstaan uit het verzet ook de alternatieven, zoals dat ging in de beweging van de zapatisten die in 1994 begon als verzet tegen nafta en in de afgelopen twintig jaar ondanks stevige repressie indrukwekkende structuren voor zelfbestuur heeft weten op te bouwen. Een landkaart van al deze grotere en kleinere verzetshaarden laat zien dat het ogenschijnlijk onoverwinnelijke systeem allang talloze gaten en scheuren vertoont waarin zich andere levensen economische vormen hebben genesteld.

Al deze bewegingen en initiatieven hebben belangrijke conclusies getrokken uit het falen van de staatssocialistische projecten van de twintigste eeuw. Ze geloven niet in één oplossing van de tekentafel die voor iedereen zou moeten werken, maar in een organisch groeiende verscheidenheid aan manieren. Ze zoeken naar vormen van democratische zelforganisatie in plaats van hiërarchische kaderstructuren. Bovendien hebben ze het idee losgelaten dat ze de natuur zouden kunnen beheersen.

 

Revolutie zonder masterplan

Er wordt vaak beweerd dat er geen werkelijk goed doordacht alternatief zou bestaan voor het bestaande systeem, maar al deze bewegingen en initiatieven laten zien dat het tegendeel juist het geval is. Mensen zijn wel degelijk in staat om hun gemeenschapsleven zelf te reguleren, zolang ze er maar niet door het structurele en fysiek geweld van economische spelers, overheden of criminele netwerken – en deels ook door hoe ze zelf geconditioneerd zijn –bij worden gehinderd. Alternatieven (meervoud) bestaan er genoeg, en het enige wat werkelijk niet bestaat is een masterplan voor één systeem dat het huidige kan vervangen. Een dergelijk plan ontbreekt niet alleen, de meeste mensen geloven ook niet dat het wenselijk zou zijn om een dergelijk plan te hebben. Toch betekent die scepsis niet dat de tijd van de Utopieën voorbij is. Voor veel mensen is het nu juist een Utopie dat er een wereld zou kunnen bestaan die eerder wat wegheeft van een grote tuin met de meest uiteenlopende biotopen dan van een landschap dat haast wel het park van Versailles lijkt. In plaats van een masterplan zien we eerder een mozaïek van sterk uiteenlopende aanzetten, stuk voor stuk aangepast aan plaatselijke en culturele omstandigheden. Uitstappen uit de grote machine betekent ook afscheid nemen van het universalistische denken dat – van de christelijke missie tot het project van het wereldcommunisme – steeds aanspraak maakte op één waarheid en één rede.

Uitstappen uit de grote machine begint in ons hoofd, in ons voorstellingsvermogen. Al van kinds af aan worden we geconditioneerd om met anderen te concurreren. We krijgen punten, worden beoordeeld, in categorieën ingedeeld en moeten voortdurend solliciteren naar een plaats in de wereld. Ons hele idee van het leven versmalt zich tot het gedwongen spel om met prestige en inkomen meer punten te verzamelen dan anderen. Maar in dit spel betekent de opwaardering van de een ook altijd gelijk de relatieve afwaardering van een ander. Daarom veroorzaakt de grote machine een kunstmatige schaarste, niet alleen van goederen en geld, maar ook van aandacht. Beroemdheden trekken de aandacht van miljoenen terwijl we onze buurman geen blik waardig gunnen, ook al is hij misschien wel een veel interessanter persoon. We zitten in onze eigen afgeschermde celletjes en kijken alleen omhoog. Wanneer we in ons hoofd een aanvang willen maken met het uitstappen uit de machine, begint dat ermee dat we onze aandacht van deze vernauwing bevrijden, dat we de celwanden afbreken, de telefoon-, televisieen computerschermen uitzetten en waarnemen wie er naast ons staat. We moeten ophouden om altijd maar naar boven te reikhalzen.

Wanneer we daarin in slagen, kunnen we vervolgens proberen om ons een samenleving voor te stellen die berust op samenwerking in plaats van concurrentie, die niet zorgt voor het gebrek van velen en de overdaad van enkelen, maar dat er genoeg is voor iedereen. Een samenleving die de emotionele leegte niet probeert te vullen met steeds meer goederen, waarin mensen en hun onderlinge relaties zich kunnen ontplooien in plaats van de tredmolen van de accumulatie op gang te moeten houden.

 

De tekst loopt door onder de afbeelding.

 

De grote machine lijkt alleen op het eerste gezicht een machine. Hoe nauwkeuriger we haar onderzoeken, hoe beter we zullen inzien dat ze bestaat uit mensen, verkleed als machineonderdelen, uit niets anders dan kleine en grote beslissingen die als noodzaak zijn vermomd. Uitstappen uit de machine betekent dat we ons functioneren als tandwieltje steeds verder afbouwen en achter het masker van de noodzakelijkheid de menselijke beslissingen leren herkennen die ook anders hadden kunnen worden genomen. Die machine draait namelijk slechts zolang wij haar op gang houden.

Vanuit een systemisch perspectief hebben gevechten waartussen in eerste instantie geen verband lijkt te bestaan, toch één duidelijke overeenkomst: Ze strooien zand in de accumulatiemachine. Wat echter belangrijker is: Ze zijn essentieel om ons op de systemische breuken voor te bereiden die zich onherroepelijk zullen voordoen. Hoe graag we ook een geleidelijke, gecontroleerde overgang van het huidige, roofzuchtige systeem naar een systeem, gericht op het algemene belang, zouden willen zien, toch is dat helaas een weinig realistisch verlangen. Wanneer echter de enorme economische crises, reuzenfaillissementen met verlies van veel werkgelegenheid en politieke onrust beginnen, komt het er volledig op aan of mensen in staat zijn om zich te organiseren, welke discussies ze in de periode daarvoor hebben gevoerd en welke visies ze hebben ontwikkeld.

Zolang het systeem nog enigszins soepel functioneert, zal veel van het verzet een gevecht tegen de bierkaai lijken, maar zodra het systeem in een toestand van chaos raakt – en dat zien we inmiddels al gebeuren – zullen de ervaringen, opgedaan bij kleine projecten, van doorslaggevend belang blijken. Een samenleving die decennialang heeft bestaan uit passieve televisiekijkers zal niets weten aan te vangen met een plotseling machtsvacuüm en het werk overlaten aan de eerste de beste demagoog. Politiek bewuste en goed georganiseerde burgers hebben echter wel een reële kans om vanuit systeemcrises vervolgens de samenleving bij te stellen op een manier die ons de weg wijst uit de destructieve logica van de accumulatie.

 

Fabian Scheidler spreekt zaterdag 27 oktober op Brainwash Festival! Klik hier voor het hele programma. Kaartjes zijn hier verkrijgbaar.