Hoe het liberalisme zorgt voor een hernieuwde opkomst van fascisme

De moderne, liberale orde is een historische ramp die zich op aarde voltrekt, stellen Willem Schinkel en Rogier van Reekum in het onlangs verschenen Theorie van de Kraal. Een gesprek met Schinkel over in- en uitsluiting, fascisme en het smerige woordje ‘we’.

Waarom juist nu dit boek?
‘Waarom nu dit boek? Waarom de hele tijd al die andere boeken? Al die gelikte boeken, die boekjes die reputaties vestigen, die slimmigheidjes bevatten maar waarin nooit echt gedacht wordt, nooit iets gezegd wordt wat de normale, witte, mannelijke, ‘gewone burger’ de tenen doet krommen. Waarom al die andere boeken dus, waarom al dat gebabbel? En tegelijk: dit boek was er al veel eerder, woekerde de hele tijd al onder het normale, omdat er overal altijd al van alles gebeurt, van alles te halen is dat de orde binnenstebuiten keert. Dus we hebben alleen maar een keer gepubliceerd, wat erg cool is van de uitgever, moet hier echt ook gezegd worden, wat de hele tijd geschreven wordt.’

‘En wat we dan gepubliceerd hebben, gaat natuurlijk ook deels over het huidige politieke moment. Het moment waarop duidelijk wordt dat alle woorden die we nog dachten te kunnen of moeten gebruiken, woorden zoals ‘populisme’, ‘draagvlak’ of ‘migratiebeleid’ te kort schieten. Het moment waarop duidelijk wordt dat de grens tussen liberalisme en fascisme flinterdun is, waarop duidelijk wordt dat consolidatie, dat pakken wat je pakken kan, houden wat je hebt, en screw the rest de expliciet aangeboden optie wordt. En met de rest bedoel ik dan de vrouw, de niet-witte Nederlander, het klimaat. Dat is het geval bij Forum voor Democratie, maar het aanbod van veel andere politieke partijen is niet heel anders.’

Het woordje ‘we’ is een smerig woordje, schrijven jullie in de inleiding.
‘Mensen die een ‘wij’ claimen, hebben niet zelden onder het mom van saamhorigheid iets gewelddadigs op het oog: een wij dat grenzen heeft, dat denkt volledig te zijn, een natie, een samenleving, iets dat denkt de beknotting van anderen nodig te hebben om dat ‘wij’ te kunnen zijn. Dus vaak als in politieke zin ‘wij’ gezegd wordt, gebeurt er iets smerigs, iets dat het liefst aan het oog onttrokken wordt. Zwarte mensen die op de Middellandse Zee verdrinken, zodat het wij, het witte wij, zich in morele zelfgenoegzaamheid kan wentelen.’

“Mensen die een ‘wij’ claimen, hebben niet zelden onder het mom van saamhorigheid iets gewelddadigs op het oog.”

‘Voor volledigheid moeten anderen sterven, en dat maakt eens te meer duidelijk dat geen ‘wij’ volledig kan zijn, in zichzelf, zijn geschiedenis, zijn identiteit, zijn collectieve wil, kan rusten. Volledigheid is vol van ledigheid, onvolledigheid in ontkenning. Zulke op volledigheid, op grenzen en interne (nationale) puurheid gerichte ‘wij’s’ zijn schmutzig, en ze dragen ook bijna altijd het vadsige gezicht van op recepties volgevreten mannetjes met stropdassen. Er is alleen tegelijk, en altijd al, een ander wij, het relationele web dat woekert onder alle fictie van fixatie, en dat onvolledigheid is, dat wordt als woekering onder, boven, om en door alle ordening die wat we de kraal noemen aan ons oplegt, oplegt zonder het ooit echt te kunnen, want al die ordening, al die fixatie, al die volledigheid, is onvolledig.’

Jullie gebruiken de kraal als metafoor voor de samenleving?
‘Ik weet niet of het helemaal een metafoor is in hoe we dat concept gebruiken. Het is een concept en een concept is altijd al meer dan een metafoor of analogie. De term combineert een biopolitiek denken over het bestuur en beheer van leven, zoals in een veekraal, met een politiek-economische nadruk op concurrentie en circulatie, met het rondrennen in een kraal. Dat is onze conditie, de orde waarin we slechts kunnen bestaan: we kunnen alleen samen zijn door samen te rennen: con-currere. Dat is ook waar de term ‘kraal’ vandaan komt, van het Latijnse currere, dat rennen betekent. Rennen, concurreren, circuleren, beschikbaar zijn voor accumulatie, dat is wat de definitie van ons leven is, en politiek en bestuur is hoe leven als zodanig gevormd wordt, hoe we actief beschikbaar gemaakt en gehouden worden.’

De kraal schrijft ook identiteiten voor: hoe werkt dat?
‘De orde van het rennen en het circuleren behelst accumulatie, groei. Daarvoor moeten verschillen bestaan, zoals potentiaalverschillen stroomcirculatie opwekken. Verschillen in prijzen, in arbeid, in snelheid, in bevoorrading, in schaarste. En verschillen in de prijzen van arbeid, bijvoorbeeld, zijn nauw gekoppeld aan de posities die we ‘identiteiten’ noemen. De orde van de kraal is dus een orde die erop staat dat er identiteit is, dat mensen individueerbaar en identificeerbaar zijn, aan gender, ras, klasse, nationaliteit, zelfs politieke positie of, dat is waar dat laatste op neer komt onder liberale condities, ‘mening’.’

Het liberalisme faciliteerde een hernieuwde opkomst van het fascisme, schrijven jullie. Waarin ziet u die terugkeer?
‘Wees solidair met kapitaalaccumulatie en niet met niet-witte arbeiders. Dat was de deal die witte mensen hadden en die is verbroken. Dat wil zeggen, in de taal van de politiek economen, de arbeidsinkomensquote gaat achteruit, of minstens niet langer vooruit. Dus: witte arbeiders konden, hoe beperkt ook, delen in kapitaalaccumulatie. Dat heette sociaaldemocratie, verzorgingsstaat. Dat was wat ze kregen in ruil voor hun gebrek aan solidariteit met zwarte arbeiders, met arbeiders in voormalig gekoloniseerde landen. Inmiddels is zulk delen voor kapitaalaccumulatie niet meer nodig, want verschulding doet hetzelfde maar dan goedkoper. Loyaliteit aan kapitaalaccumulatie wordt dus via schuld afgedwongen. In reactie daarop zien we overal het fascisme expliciet worden, de poging te pakken wat je pakken kunt door hard te zijn over de grens, over andere culturen, over iedereen die niet wit is maar het waagt het over racisme te hebben, het waagt ook claims te hebben.’

1569507956.jpg

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Thierry Baudet met op de voorgrond Mark Rutte (foto: ANP/Robin van Lonkhuijsen).

‘Die claims worden dan meteen als ‘identiteitspolitiek’ gezien, en kunnen niet als iets anders geregistreerd worden. Dat zijn typisch de manieren waarop witte mensen zichzelf naaien, zoals ze altijd al zichzelf naaien door te denken dat ze wit (of nog erger: blank) zijn. Dus ook als kapitaal zijn deal met witte mensen eenzijdig opzegt, zijn witte mensen zo verzot op zichzelf beschikbaar stellen voor exploitatie dat ze nog steeds niet voor de optie gaan om solidair met niet-witte mensen te zijn. Ze gaan liever voor de optie van het geweld van de grens, de assimilatie, de verheerlijking van de nationale eenheid en reinheid, en de fictie van het gevaar van de ‘homeopathische verdunning’ van de natie. Dat zijn de manieren waarop fascisme zich toont in het nu.’

Hoe voltrekt die terugkeer van het fascisme zich?
‘Er is een permanente verschuiving naar rechts, een verschuiving zonder horizon op rechts. Waarom? Omdat de liberale orde fundamenteel dezelfde premisse deelt als de fascistische wensdroom: een begrensde gemeenschap, de mogelijkheid van een begrensde gemeenschap, die volledig is, en uit complete en geïndividueerde personen met heldere, gefixeerde posities en identiteiten bestaat. Liberalen hebben hetzelfde geweld nodig, claimen alleen het gematigder, geciviliseerder te doen. Een beetje geweld is nodig, geweld aan de grens bijvoorbeeld, geweld in de exploitatie van lichamen, van arbeiders, van vrouwen, geweld in de exploitatie van ‘natuur’.’

‘Het komt allemaal met de liberale orde al ons leven binnen, en iedere uitdager op rechts verleidt die orde tot verder doseren, tot weer wat meer geweld dat, zo is de claim, altijd nog te prefereren is boven het onfatsoenlijke, ongeciviliseerde, onredelijke geweld van de fascisten. Maar alles wat hiermee gebeurt, is een opschuiven van het hele spectrum richting fascisme, terwijl men tot de laatste seconde redelijkheid en fatsoen kan blijven claimen. Dus weet je, wie denkt een volledig subject te zijn, lid van een volledige gemeenschap, die is altijd al geïmpliceerd in het fascistische project.’

Links voedt dat fascisme, zo stellen jullie ook. Hoe zit dat?
‘Wat is links, reëel bestaand links, anders dan liberale politiek? Wat is het verschil? Sterker nog, groenen en sociaaldemocraten hebben het sterkst het idee dat zij het fatsoen en de rede aan hun kant hebben. Hen is dan ook geen van de kenmerken van de orde van de kraal vreemd: een fetisj met de ‘gewone Nederlander’, een hol gebabbel over ‘klasse’ en een racistische kritiek op wat ze ‘identiteitspolitiek’ noemen, en, laten we niet vergeten, sociaaldemocraten waren – in heel Europa – de kampioenen van het neoliberalisme. Dus links is in niets verschillend van liberalisme, dat fascisme nodig heeft voor zijn fatsoensclaim. Sterker, in zekere zin is reëel bestaand links, nominaal links, de ideologische kern ervan, die het makkelijker maakt die fatsoensclaim te doen, mede omdat met dat ‘links’ gezegd kan worden dat beide ‘kanten van het debat’ aanwezig zijn. Links? Links is nog niet begonnen te denken over hoe te leven, hoe te leven met minder geweld.’

Wat zou de positie van links wel moeten zijn?
‘Debat, draagvlak, visie, positie… het is allemaal gebabbel dat ons bezighoudt terwijl de catastrofe die de orde van de kraal belichaamt zich ontvouwt. We moeten beginnen bij onze onvolledigheid, ons nog niet weten hoe te leven, en dus ook bij de radicale weigering van alles wat nu aangeboden wordt, bij de breuk met de radicale beknotting van de verbeelding om anders te kunnen leven – een beknotting waarvan 1492 één mogelijke naam is. Zoals zovelen altijd al wisten en weten. En ze willen het ons vertellen als we het willen horen, als we willen luisteren en niet alleen maar ‘identiteitspolitiek’ horen, denken te horen. Dat is hun aanbod, dat alleen maar als liefde gezien kan worden, radicale liefde. Het aanbod om, vanuit de ruïnes van de orde, ons arbeiders van en in de orde de hand te reiken.’