Found in translation: als iedereen elkaar zou kunnen verstaan


In Brainwash Talks van Human delen invloedrijke denkers, schrijvers, kunstenaars en wetenschappers verrassende ideeën voor persoonlijke en maatschappelijke problemen. Deze keer schrijver Frank Westerman, die we de vraag voorleggen welk probleem er over vijftien jaar de wereld uit moet zijn.

Nog niet zo lang geleden, in de sportschool tijdens het roeien, keek ik MTV. 16 and Pregnant heette het programma. Ik wilde net kracht zetten voor mijn eindspurt toen er op het scherm voor mij een tekst verscheen: ‘Een tiener zijn zuigt.’ Ik was meteen van slag: Staat dit er echt? Of is dit een zinsbegoocheling? ‘Een… tiener… zijn… zuigt.’ Het was een ondertitel. Hooguit een paar seconden in beeld. Ongetwijfeld de ‘vertaling’ van iets als: To be a teenager sucks. Of: It sucks to be a teenager.

Onder het douchen kon ik er nog steeds niet over uit. Is dit ons voorland? Komt dit er nu van als je een roedel robottolken op het Nederlands loslaat? Baby-brabbel-taal. Bastaardzinnen. Ik dacht ook: als de globalisering van de taal zich op deze manier doorzet, raken we dan niet als wereldbevolking lost in translation? Op de fiets terug naar huis begon ik al een klein beetje minder somber in te zien. Doemdenken, dacht ik, is lui denken. Zeiken over wat je niet zint is gratuite. Niemand rekent je er op af. Ik moest ook aan iets anders denken. De titel van een gedenkboek over de Eerste Wereldoorlog. Het gaat over de eindeloze, zinloze slachtingen op de breuklijn tussen Duitsland en Frankrijk en het heet: Hadden we maar dezelfde taal gesproken.

“Een beetje alert blijven op de onderliggende algoritmes en we gaan toe naar een nieuw Babylon. Een wereld, één van taal en één van spraak.”

Hadden we maar dezelfde taal gesproken. Ooit sprak ik een voormalige treinkaper. Die heeft gemoord voor een ideaal en die nu gedichten schrijft. Hij had het pistool ingeruild voor de pen, en zei tegen me: ‘Weet je eigenlijk wel, Frank dat als je ‘moord’ omdraait, krijg je ‘droom’. Moord, droom, droom, moord. Kop of munt. Alsof moorden en dromen twee zijden van dezelfde medaille zijn. En het is natuurlijk zo dat dromen over een betere wereld die kunnen eigenlijk heel makkelijk omslaan in nachtmerries. Er komt een kantelpunt. Al vrij snel. Waarbij idealen ontsporen en revoluties hun eigen kinderen opeten.

Toch denk ik, hebben we ze nodig: de dromers, de visonairs en de hoogvliegers. Als ik moest kiezen tussen bij de pakken neerzitten en hoog reiken, dan wist ik het wel. Dus laten we een utopisch gedachtenexperiment aangaan: Stel: Alle zeven komma zoveel miljard aardlingen elkaar konden verstaan! Beeld je in dat onze robottolken, de vertaalautomaten van de toekomst de vloek van Babel weten te verbreken? Ik ben met de bijbel grootgebracht, en breng de torenbouw van Babel in herinnering. Genesis 11. ‘De aarde nu was één van taal en één van spraak.’

Koud hebben we de schepping gehad, de appel en de slang de verstoting uit het paradijs, de eerste moord, de zondvloed. De schipbreukelingen uit de ark van Noach hebben zich vermenigvuldigd en samen bouwen ze aan een stad met daarin een toren die tot in de hemel reikt. God ziet het met lede ogen aan. ‘Dit is nog maar het begin’, zegt Hij. ‘Straks denken de mensen nog dat ze alles kunnen!’ Dus daalt Hij neder om in te grijpen: ‘Laat ons hun taal verwarren,’ zegt God. En hij jaagt ze ook nog eens uiteen, de stad uit, verspreid ze over de aardbol.

Van de torenbouw van Babel bestaan prachtige schilderijen. Denk alleen al aan die van Pieter Bruegel de Oude. En de moraal van het verhaal is door de eeuwen heen steeds geweest: Menselijke hoogmoed komt voor de val. Ik snap dat niet. Hoogmoed is ook moed. En waar zouden we zijn zonder hemelbestormers? Neem de joodse oogarts Lejzer Zamenhof. Als student geneeskunde in Warschau aan de vooravond van de 20e eeuw ontwierp hij een nieuwe ‘universele’ taal: Het Esperanto. Letterlijk: ‘Hij die hoopt’.

Tekst loopt door onder de afbeelding.
1559565716.jpg
Frank Westerman in Brainwash Talks (foto: Robert Lagendijk).

Zamenhof hoopte dat hij met zijn kunsttaal ‘de volken bijeen zouden komen als familie’. Je hoefde er alleen maar Esperanto voor te leren! De utopist Zamenhof stierf in 1917. Hij heeft niet meer kunnen meemaken hoe hoog — ik zou bijna zeggen torenhoog — het enthousiasme voor het Esperanto opliep in het interbellum: Esperantisten aller landen werkten kei- en keihard aan het slechten van de taalbarrieres in Europa. Waarom deden ze dat? Om een nieuwe oorlog te voorkomen. Jammer genoeg heeft hun linguistische vredesarbeid het niet kunnen winnen van de oorlogsretoriek van Hitler-Duitsland.

Later, op het hoogtepunt van de Koude Oorlog, heeft Teleac de handschoen opgepakt met een 20-delige cursus op tv, Esperanto. Gepresenteerd door Van Kooten en De Bie: Cornelio en Vilhelmio. Maar ook heeft de Amerikanen en de Russen niet nader tot elkaar gebracht. Het zou tot na de val van de Muur duren voor aleer de Postbank in 1994 een nieuw initiatief lanceerde. De Talkmate. Eerste zin van de bijsluiter: ‘Dankzij de Talkmate sta je nooit meer met je mond vol tanden.’ Toegegeven: dit vertaalmachientje was meer gericht op vakantie dan op vrede. Maar let wel: vakantie en vrede zijn verwante begrippen. Een beetje als neven en nichten die elkaar amper kennen, maar wel min of meer vanzelfsprekend onderdak bieden. Waar vakantie wordt gevierd, is vrede. En waar vrede is komen de vakantiegangers.

De Talkmate vertaalt 3300 woorden en kleine zinnetjes. Als ‘Wat kost dat?’ en ‘Je gebruikt toch wel een condoom?’ Van en naar het Engels, Frans, Duits, Spaans, Italiaans en Nederlands. Je kreeg dit ding cadeau, begin jaren 90 als je een tienerrekening opende bij de Postbank. Begin jaren 90. De tijd waarin ‘het einde van de geschiedenis’ werd aangekondigd. Al rommelde het op de Balkan en in de Kaukasus, de liberale democratie en de vrije markt hadden gezegevierd op aarde. Het idee was: Vanaf nu gaan we met z’n op vakantie en nemen mee: de Postbank Talkmate.

Inmiddels zijn we een kwart eeuw verder. Dat is: een generatie. Mijn dochter van 17 leest Frans door haar telefoon als een vertaalglas over de regels te bewegen: De tekst verspringt vanzelf naar het Nederlands. Je moet het zien om het te geloven. We staan op de drempel van een tijdperk waarin de Babel fish uit de uit de Hitchhiker’s Guide to the Galaxy van science-fiction, non-fiction wordt. De oorplug die alles wat de ander zegt je in je moederstaal je influistert. Zonder vertraging.

Tekst loopt door onder de video.

De Babel fish.

De opvolger van de Talkmate heet de Travis Translator en komt uit 2018. Een robottolk. Beheerst 105 talen, van Eritrees tot Fries. Verbetert zichzelf, leert van zijn fouten. Go global, speak local, Dat is de leus waarmee dit apparaatje de Babylonische spraakverwarring te lijf wil gaan. Dit wonderlijke ding spreekt in tongen! Nu hoor ik enige scepsis. Ik hoor je al denken: van zo’n zwart, glad vertaal-ei, komt alleen maar onheil en ellende van. Misverstanden in het Europarlement. Ruzie in de Verenigde Naties. En misschien bevordert het wel algehele taalverloedering.

Ik moet toegeven: De eerste recensies op het internet stemmen weinig hoopvol. Uit mijn hoofd: ‘Een kick-ass apparaat waarmee je kunt connecten.’ ‘Een handzame vertaaltool die language gaps opvult.’ En een derde, ook positief bedoeld: ‘Je kunt gewoon native praten.’ Geen twijfel mogelijk. Ja, we moeten eerst nog door een diep, diep dal. Een vriendin van me, ze is literair vertaalster, bij wie ik dit ei tijdens een etentje tussen onze borden legde, die voegde me toe: ‘Zo zeg, romantisch ben jij.’ En mijn tweetalige neef Tom had aan vijf minuten experimenteren genoeg. Hij zei: ‘Frank!’ Ik stond in de keuken. ‘Ik heb nu al ruzie met dit ding’. En hij voegde er ook aan toe: ‘Ik denk dat dit meer conflicten gaat veroorzaken dan oplossen.’

Maar toch: Nu al bewijst dit gadget diensten tussen hulpverleners en vluchtelingen op Lesbos. Het wordt gebruikt door journalisten, toeristen, zakenlui en reisleiders. En bij aanhoudingen trekken politieagenten in Rotterdam hun Travis Translator, die bij wijze van proef aan hun koppelriem hangt. Dit soort robottolken vertoont nu nog puberaal gedrag. Maar ze worden razendsnel volwassen. Nog even, een jaar of vijftien, en je zet je vertaalbril op om de nieuwe Murakami te lezen. Gewoon met de Japanse uitgave op schoot. Een beetje alert blijven op de onderliggende algoritmes en we gaan toe naar een nieuw Babylon. Een wereld, één van taal en één van spraak. Found in translation.