eenzaamheid is een menselijk talent

Ze zal een veer laten als zaterdag de avondklok van kracht gaat: filosoof Marjan Slob. Onlangs verscheen van haar hand De Lege Hemel, waarin ze onderzoekt wat eenzaamheid ís, nu beleidsmakers en politici aan de bel trekken over geïsoleerde ouderen, en jongeren die wegkwijnen door lockdown en avondklok. ‘Eenzaamheid is een menselijk talent, al maakt het je niet gelukkiger.’ Op 28 februari spreekt Slob met ons over eenzaamheid tijdens het Brainwash Weekend: Collective Loneliness.

Tjebbe Venema, hoofdredacteur van Brainwash, interviewde haar op brainwash.nl en we delen het hier zodat je je alvast in kunt lezen!

Het zal even slikken worden, die avondklok.

‘Het idee dat je ’s avonds geen vrienden meer kunt bezoeken of ontvangen, je je niet in de nabijheid van anderen kunt begeven, raakt me wel. Ik zal dan niet direct eenzaam zijn, maar als dat langer duurt, zal het me wel eenzamer maken.’

Je hoort vaak dat corona en de lockdown de eenzaamheid vergroten.

‘Ik vind dat te snel gezegd. Ik sluit het niet uit, maar tegelijk voel ik nog steeds de zorg voor en van anderen. Ik zoek vaker contact, bel mensen op. Het is misschien geen lijfelijk contact, maar contact is het wel. We kunnen met sociale media, waarvan ook vaak gezegd wordt dat ze mensen eenzamer maken, de banden aanhalen. Stel je voor dat we nu niet hadden kunnen videobellen of appjes sturen naar onze ouders of kinderen.’

Eenzaamheid zelf wordt ook wel een virus genoemd, een pandemie.

‘Ik begrijp waarom dat in deze tijd een aansprekende metafoor is, maar eenzaamheid lijkt totaal niet op een virus. Het is niet besmettelijk en je komt er niet zoveel over te weten als je het biologisch benadert. Het stoort me, want als je eenzaamheid als een gezondheidsprobleem benadert, dan ga je ook in dat domein zoeken naar een oplossing.  Dan ga je kijken bij artsen of bij farmaceuten die een pilletje op de markt kunnen brengen. Ik denk dat dat schraal is. Natuurlijk is eenzaamheid ook iets lichamelijks, maar je kunt het pas begrijpen als je het beschouwt als iets dat te maken heeft met je eigen leven, met verlangens en met teleurstellingen. Dat is heel persoonlijk. Eenzaamheid heeft te maken met hoop, geschiedenis, verwachtingen van de toekomst en van wat een fijn leven is. Dat krijg je niet in beeld als je het puur biologisch en lichamelijk beschrijft.’

Is er een krachtterm nodig om het probleem te beschrijven?

‘Het eerlijke antwoord is dat ik niet weet of er een toename is in eenzaamheid. Ik ben een filosoof, geen sociaalwetenschapper. Ik heb niet geteld en heb me bij het schrijven van het boek niet gericht op sociaalwetenschappelijke rapporten over eenzaamheid. Vooral omdat ik me afvraag hoe je eenzaamheid meet. Er zijn geen objectieve meetinstrumenten, zoals bij het vaststellen van iemands bloeddruk. Je moet gaan observeren. Gaan kijken bijvoorbeeld of iemand veel contact heeft met anderen. Maar kom je er dan achter of iemand eenzaam is? Want eenzaamheid is niet hetzelfde als alleen zijn. Je kunt alleen zijn maar niet eenzaam en je kunt je in een grote groep begeven en je toch eenzaam voelen.’

"Abstracte taal brengt het risico van eenzaamheid met zich mee, omdat je kunt constateren dat het je ontbreekt aan verbindingen die je graag had willen hebben."

En als je het aan iemand vraagt?

‘Dat gebeurt ook wel, maar middels gestandaardiseerde vragenlijsten. Ik wil het niet ridiculiseren, maar wat zegt het als ik mezelf een zeven geef voor eenzaamheid en jij jezelf een drie? Hoe verhouden die cijfers zich ten opzichte van elkaar? Ik heb iets te veel vragen bij die metingen om echt te durven zeggen dat er een toename in eenzaamheid is.’

Kwalitatief, dan. Hoe ernstig is het?

‘Ik heb me periodes eenzaam gevoeld in mijn leven, vooral toen ik op de middelbare school zat. Wat ik hoor van anderen is dat het een negatieve spiraal kan worden. Als je al weinig in contact bent met andere mensen, dan kun je het contact dat er wél is zo onder een vergrootglas leggen dat je overinterpreteert en heel onhandig reageert. De spontaniteit en de soepelheid verdwijnt, waardoor het contact niet goed verloopt, en het nog moeilijker wordt om contact te leggen. Het licht kan verblinden als je heel lang in de schemer verkeert. Dan wordt het wel echt problematisch.’

In het boek maak je een belangrijk onderscheid, tussen gevoel en emotie.

‘Emotie is een directe lichamelijke reactie op een bepaalde situatie. Dat zie je ook aan lichamen. Je kunt aan mensen zien of ze boos, blij of verdrietig zijn, of dat ze bijvoorbeeld walgen. Die basisemoties zijn universeel, over verschillende culturen heen. Je kunt emoties observeren en redelijk objectief vaststellen dat iemand geëmotioneerd is. Mensen zijn daar ook goed in, we zijn sociale dieren. Gevoelens zijn jouw eigen duidingen aan de emoties die in je opkomen. Die zijn verknoopt met jouw geschiedenis, met jouw waarden, met jouw manier van kijken. Het is subtieler, abstracter en complexer. Primatoloog Frans de Waal maakt het onderscheid dat je emoties kun je zien, gevoelens niet. Je kunt een indruk hebben hoe iemand zich voelt, maar je moet ernaar vragen, je moet onderzoeken.’

En eenzaamheid is een gevoel?

‘Het is geen primaire reactie op een situatie, maar een interpretatie van die situatie, die verknoopt is met allerlei waarden die je erop nahoudt, met verwachtingen die al dan niet ingelost worden. Het is complexer, veel meer aan persoonlijkheden gebonden. En je moet ernaar vragen, je kunt het niet zomaar zien aan iemand.’

 

Je noemt eenzaamheid een menselijk talent, kun je dat uitleggen?

‘Eenzaamheid is een negatieve definitie. Het is lijden aan gebrek aan verbinding. Je constateert dat je verbinding zou kunnen hebben, met iets of iemand, maar dat die verbinding er niet is. Daar lijd je onder. Het kunnen constateren dat iets er niet is, waarvan je zou willen dat het er wel is, is cognitief behoorlijk ingewikkeld. Je moet je situaties kunnen voorstellen die er niet zijn. Die er misschien wel nooit geweest zijn. Dat zijn zulke hypothetische gevallen, dat je abstracte taal nodig hebt om die voor jezelf present te stellen. Buiten de mens is zelfs van de meest intelligente dieren nog niet geconstateerd dat ze daarover beschikken. Die taal is iets heel krachtigs en brengt veel goeds, maar maakt ook dat je je kunt voorstellen dat je eigen situatie beter zou zijn dan die nu is.’

Die verwachtingen spelen een rol bij eenzaamheid?

‘Besef hebben van het feit dat jouw eigen situatie anders had kunnen zijn dan die nu is, is iets heel ingewikkelds. Je komt los van jouw eigen plek en tijd, maar ook een beetje van jezelf. Je beziet jezelf. Dat voorstellingsvermogen is een voorwaarde voor eenzaamheid. Het feit dat de mens die abstracte taal tot de beschikking heeft, brengt het risico van eenzaamheid met zich mee, omdat je kunt constateren dat het je ontbreekt aan verbindingen die je graag had willen hebben.’

Kun je een voorbeeld noemen?

‘Die avondklok is een voorbeeld, een gebrek aan de nabijheid van anderen. In mijn boek noem ik ook de midlifecrisis. Als je lange tijd in een wereld functioneert die niet meer goed past bij hoe je je voelt, wat je hoopt of wat je verlangt, dan is dat ook een vorm van eenzaamheid. Dan mis je dus in zekere zin jezelf, is er geen verbinding met jezelf.’

'Eenzaamheid is de schaduwkant van ons vermogen ons andere, betere werelden voor te stellen'

Eenzaamheid hangt ook sterk samen met identiteit, schrijf je.

‘Dat is een ingewikkeld verband. Het gaat om hoe je functioneert in de wereld, welke rollen je aanneemt, welke functies je hebt, hoe je leven loopt, wat de routines zijn, wat je geacht wordt te doen, de verwachtingen die op je afkomen. Die rol speel je en dat is de identiteit die je op dat moment hebt. Voor mij is je identiteit niet meer en niet minder dan de verzameling rollen die je speelt op een gegeven moment in je leven. Je kunt dus voelen dat je identiteit niet meer zo goed past. Er is frictie tussen hoe je leven is en hoe je zou willen dat het zou zijn. Dat kan leiden tot een vorm van eenzaamheid, dat je jezelf mist in de rollen die je speelt.’

Dat lijkt een hedendaags probleem te zijn?

‘In mijn boek probeer ik onderuit te halen dat er een soort kern is, een soort zelf. Ik praat hier tegen jou wel over zelf en jezelf, maar dat is omdat ik niet de taal heb om het anders te benoemen. Er is geen zelf, anders dan de verzameling rollen die je speelt, waarvan je dus het gevoel kunt hebben dat ze je niet passen. Als je lang genoeg nadenkt over wat het zelf is, dan vervliegt het, zeggen boeddhisten. Er is geen kern, geen statisch zelf. De beste manier om jezelf te zijn en te blijven is door te experimenteren en te kijken waar je je goed bij voelt. Dat is veel beter dan navelstaren en in jezelf te keren.’

Is dat ook de weg uit de eenzaamheid?

‘Ik denk het wel, maar ik heb geen handleiding. Het begint met voelen dat iets je niet zint, dat er iets niet klopt, dat je lijdt onder iets. Dat kan een transformatie in gang zetten, die hopelijk leidt tot iets waarbij je je beter voelt. Ik kan niet garanderen dat het zo zal gaan, maar als je er geen aandacht aan besteedt, gebeurt het zeker niet.’

Meer lezen?

Ontvang onze nieuwsbrief

Altijd als eerste op de hoogte zijn?
Meld je aan voor onze nieuwsbrief!