Als je onvoldoende aangeraakt wordt, begeeft je hart het

REBEKKA DE WIT – Een paar weken geleden was ik op een bruiloft en zat ik tijdens het diner aan een ronde tafel met mensen die ik niet kende. De ober komt aan de tafel staan, vraagt: ‘Wie is de veganist?’ Een vrouw steekt haar vinger op. We hebben het over de vraag waarom ze veganist is geworden, waarop ze zegt: ‘Dat ze ook wel weet dat het niet uitmaakt,’ – alsof ze bang was dat de rest van de tafel dat zou zeggen. En iemand zegt dan tegen haar: ‘Heel mooi, dat jij zo vasthoudt aan jouw waarheid’.

Er worden spareribs op tafel gezet en één salade met geroosterde groenten en dan is het een tijdje stil van etende mensen. Het was in zekere zin best een onbeduidend moment, maar de reden dat ik dit vertel is omdat Brainwash mij vroeg de vraag te beantwoorden: welk probleem wil jij over 15 jaar opgelost zien? Nu, ik hoop dat over vijftien jaar niemand meer zegt: ‘Ok, dat is dan jouw waarheid.’ En ik bedoel niet dat het verboden moet worden. Er hoeft geen censuur op die uitspraak te komen. Ik hoop dat dit over vijftien jaar überhaupt niet meer in mensen opkomt. Dat het over vijftien jaar niet meer gedacht wordt.

Sta me toe uit te leggen wat ik denk dat er gebeurt als iets ‘jouw waarheid’ wordt genoemd en waarom dat een probleem is. Want zo klinkt het natuurlijk helemaal niet. Het klinkt als een aanmoediging. Als een grootmoedige erkenning voor andermans gevoelens, gedachten of principes. Maar het is eigenlijk het tegendeel. Het is een schijnerkenning. Het is zeggen: ‘Ik kan me voorstellen dat dat echt zo voelt – voor jou. Maar het is niet echt zo, het is alleen maar voor jou zo.’

“We leven graag onafhankelijk van elkaar. En ondertussen begeven onze harten het, omdat als je niet meer aangeraakt wordt, je aan hartfalen gaat lijden.”

Alsof het feit dat iemand bijvoorbeeld vegetariër is alleen maar met zijn karakter te maken heeft. Waardoor diegene een ‘specifiek soort waarheid’ heeft. Natuurlijk voel jij dat zo, ben jij vegetariër – want jij bent zo’n dierenvriend! Door te zeggen ‘dit is jouw waarheid’ zet je een hek om iemands – in dit geval – manier om op de werkelijkheid te reageren. En dat plaats je in quarantaine door te zeggen: ‘Dat is dan jouw waarheid.’ Je devalueert het tot iets particuliers, iets privé. Je zegt: ‘Ik erken dat jij pijn hebt.’ Of: ‘Ik erken dat jij principes hebt. Maar die bestaan alleen op jouw eiland.’

Door te zeggen ‘dat is dan jouw waarheid’ zeg je dat de ander geen deel is van de waarheid of de wereld, maar alleen maar van zijn wereld. En je zou kunnen zeggen dat zo’n schijnerkenning op zich niet zo erg is. Best onschuldig zelfs. Waarschijnlijk was het dat ook heel lang. Waarschijnlijk was het feit dat we allemaal veroordeeld zijn tot het eiland van onze eigen waarheid de allerbeste oplossing voor het feit dat we heel lang opgesloten zaten in de waarheid van de kerk, van familie, van ideologie – die allemaal een soort monopolie op de waarheid hadden. Een monopolie op waarheid waar heel veel misbruik van werd gemaakt, een monopolie dat heel gewelddadig was.

En ik ben dankbaar dat mijn voorouders kleine bommetjes onder het idee van die grote waarheid hebben geplaatst en dat die uiteen is gespat in miljoenen eilandjes. Er is op die manier veel meer plaats en zo kunnen we zelf bepalen wie we willen liefhebben en zelf bepalen wat we waar vinden. We hoefden ons daardoor eindelijk van niemand iets aan te trekken en niemand hoeft zich iets van ons aan te trekken. Gelukkig. Iedereen heeft zijn eigen waarheid, en zolang we anderen niet lastigvallen daarmee, wordt niemand geweld aangedaan, wordt er ook niemand buitengesloten. Heel lang was dit een soort veiligheid. En heel lang hebben we gedacht dat dat kon. Heel mijn leven dacht ik dat het kon. Je in een één persoonswaarheid, bed, geloof, huis, eenpersoonsgedachte terugtrekken en anderen er niet mee lastig vallen.

Maar ondertussen komen er allemaal problemen aan het licht die te maken lijken te hebben met, misschien wel een gevolg zijn van, die veronderstelling dat het kon, onafhankelijk van elkaar leven. Lekker elkaar in onze eigen waarheid laten. Er is op dit moment een minister van Eenzaamheid in Engeland. Een wethouder van Eenzaamheid in een stad in Vlaanderen, een minister van Heimat in Duitsland. Misschien heeft het één helemaal niks met het ander te maken. Misschien is het toeval dat er in Amsterdam meer dan 100.000 mensen ernstig eenzaam zijn, wat betekent dat ze weinig met mensen spreken en weinig worden aangeraakt.

Ik weet niet of we eenzaam worden van het hebben van een eigen waarheid, maar ik weet wel dat als ik de kans heb om contact te vermijden, iemand te bellen te vermijden, dat ik die kans dan met beide handen aangrijp. Omdat ik dat gemakkelijker vind. Omdat ik niks te maken wil hebben met al die eikels op het perron die de trein instappen nog voor er mensen zijn uitgestapt. Met de mensen die friet eten in de trein. Met iemand achter één of andere balie die me vertelt dat al sinds 1992 de regels zo zijn en dat ik dat prima had kunnen weten. Dus als het systeem het mogelijk maakt om van elkaar af te zijn, doordat we alles kunnen bestellen op internet en naar een check-out kassa te gaan, maken we daar gretig gebruik van. En ondertussen begeven onze harten het, omdat als je niet meer aangeraakt wordt, je aan hartfalen gaat lijden.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Rebekka de Wit in Brainwash Talks (foto: Robert Lagendijk).

En ik denk dat ik niemand lastig val met mijn waarheid, dus dat ik er recht op heb, en dat ik ook niks aanmoet met de waarheid van iemand anders, maar de realiteit is dat ik niemand anders in mijn waarheid verdraag. Maar wat ik weet is dit: als wij een eigen waarheid moeten handhaven aan een tafel vol spareribs, worden we psychotisch. Als we elkaars waarheid niet als deel van de waarheid beschouwen, maar als een hersenspinsel van een particulier iemand, en als we dat keer op keer tegen elkaar zeggen, worden we gek.

Een psychotherapeut die ik daarover sprak zei: ‘Ja. Je wordt ook gek. Iemand die psychotisch is, heeft zijn eigen waarheid.’ En misschien zijn we elkaar aan het helpen psychotisch te worden. Onze eigen waarheid, onze eenzaamheid is een gevaarlijke comfortzone. Omdat hoe meer tijd je daar doorbrengt, hoe moeilijker het wordt uit je waarheid te stappen. Om toe te laten dat het een fractie van het geheel is. En daardoor ontsporen gesprekken, polariseren we, kunnen we niet meer naar elkaar luisteren.

Het feit dat we elkaars perspectief op de wereld devalueren tot iets persoonlijks, in plaats van beschouwen als een stukje van het grotere geheel, een deel van de puzzel, maakt dat we op klimaatconferenties zeggen: ‘Oké – het klimaat gaat misschien naar de klote. Maar the American way of life is not negotiable.‘ Op jullie planeet is misschien wel klimaatverandering. Maar niet op de mijne. Dat is dan jouw waarheid! Ondertussen is deze illusie van onafhankelijkheid, van het feit dat we van elkaars waarheid zijn afgesneden, ondertussen is deze toestand van éénspersoonsheid – en ik weet niet hoe ik dit op een beleefde manier kan zeggen – de wereld aan het vernietigen.

Op 15 januari publiceerde The World Economic Forum een rapport waarin wordt beschreven wat de grootste bedreigingen zijn voor deze planeet. Bovenaan, boven grootschalige onvrijwillige migratie, boven verval van ecosystemen – staan mislukte klimaatafspraken.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

Global Risks Report 2019 – the World Economic Forum.

In Nijmegen is afgelopen oktober Noelle Aarts hoogleraar geworden aan de Radboud Universiteit. Een van de dingen die zij in haar onderzoek is tegengekomen, is het feit dat praten met mensen met wie we het niet eens zijn een averechts effect heeft. Als we praten met iemand met wie het niet eens zijn, gaan alle stoplichten in ons hoofd op rood. We stoppen met luisteren. Dat hebben ze gemeten in onze hersenen.

De stoplichten gaan op groen als iemand het met ons eens is. Dan pas beginnen we echt een gesprek. Terwijl we voor problemen die zoveel groter zijn dan wij elkaar nodig hebben. We hebben elkaar nodig om de omvang van het probleem in kaart te brengen. We zijn deel van hetzelfde gebied. Wij hebben elkaar nodig en ik weet hoe klote dat is. We moeten niet doen alsof dat fijn is. Wij doen elkaar zoveel pijn de hele tijd. We hebben elkaar nodig en ik heb daar geen zin in. Ik vind het vervelend om elkaar nodig te hebben. We houden het niet met elkaar uit en toch kunnen we niet zonder elkaar. Sterker nog, we zullen het met elkaar moeten doen. In honderdvijdtig jaar tijd zijn wij erin geslaagd een wereld die miljoenen jaren oud is zowat van de kaart te vegen.

En ik weet het ook niet hè. Ik weet niet wat een betere tekst was geweest aan die bruilofttafel. Hoe we – nu de oplossing van ieder z’n eigen waarheid – uitgewerkt is. In feite tegen ons werkt, tegen de hele planeet werkt. Ik weet het niet. Ik weet alleen dat we iedereen nodig hebben. Iedereen.

En ik denk soms dat ik, en bij uitbreiding al mijn collega’s, de schrijvers van leuke stukjes, toneelstukken, misschien wel verantwoordelijkheid dragen. Wij kunnen alleen maar in conflictmodellen schrijven. Dat vinden we veel te leuk. En het is in een toneelstuk ook veel te moeilijk. Je komt in een toneelstuk heel snel in de problemen als er geen conflict is. En ik geloof niet dat we allemaal in relatietherapie moeten en ik denk niet dat als alle wereldleiders in een soort geopolitieke relatietherapie gaan, dat we daarmee uit die illusie van onafhankelijkheid zullen worden geholpen. Dat er dan betere keuzes zullen worden gemaakt.

Ik denk alleen wel dat de huidige geopolitieke situatie een gevolg is van die illusie van onafhankelijkheid. Een gevolg van jarenlang teren op onze eigen waarheid. En dit is in feite een soort karma van onze eigen teruggetrokkenheid. Ik denk dat politici het einde zijn en wij het begin. En misschien dat als wij onszelf uit die illusie helpen, de politiek geen gebruik meer kan maken van die illusie.

En als we elkaar tegenkomen op een bruiloft over 15 jaar, dat we dan zeggen: ‘Veel hè – de waarheid.’ De waarheid is zoveel dat zelfs een klein beetje ook nog bijna alles is. Dat als ik de kans heb om me in mijn eigen waarheid terug te trekken, dat ik daar dan gretig gebruik van maak. Als ik de kans heb om confrontaties met de ander te vermijden, dat ik dat doe. Als ik het kan vermijden om iemand te bellen, doe ik dat. Als ik contact in een winkel kan vermijden, dan doe ik dat, omdat het doodeng is om iemand aan te kijken.

Maar als we elkaar dan tegenkomen, dan hoop ik van ganser harte dat al onze stoplichten anders functioneren. Waardoor de waarheid van de ander bij mij binnenkomt, en dus deel wordt van mij, van ons allemaal. En dat we het niet meer in onze hoofden halen om te denken dat wij niet samen het grotere geheel zijn.