Advocaat Bénédicte Ficq: de tabaksindustrie is ontzettend crimineel

Ze werd bekend als advocaat in de zaak van de balpenmoord en stond onder andere Dino Soerel en Badr Hari bij: Bénédicte Ficq. Ze werd uitgeroepen tot meest invloedrijke vrouw van 2018, samen met longarts Wanda de Kanter. Met onder andere die laatste spande ze een rechtszaak aan tegen de tabaksindustrie, voor poging tot moord of doodslag, zware mishandeling, valsheid in geschrifte en het opzettelijk benadelen van de gezondheid. Over roken, autonomie en vrije wil: ‘Alle patiënten waar ik mee sprak zijn nu dood.’

De machtige tabaksindustrie aanklagen, ga er maar aan staan.
‘Ik kreeg een heel prikkelende vraag voorgelegd, waar ik niet direct een antwoord op had. Of ik wellicht mogelijkheid zag voor het strafrechtelijk vervolgen van tabaksfabrikanten die hun product hier in Nederland afzetten. Inmiddels alweer jaren geleden kwamen longkankerpatiënt Anne Marie van Veen en longarts Wanda de Kanter bij mij op kantoor met die vraag. Ik weet alles van het strafrecht, maar ik weet ook dat sigaretten op basis van regelgeving verkocht mogen worden, dat het niet evident is dat deze zaak onder het strafrecht valt. We hebben de zaak met ons kantoor besproken en zijn we tot de conclusie gekomen dat de vervolging kansrijk zou kunnen zijn, op basis van twee argumenten.’

‘Het eerste is dat er gaatjes geprikt worden in het filter van een sigaret, net op de plek waar een roker zijn vingers houdt. Als de machines van het RIVM een sigaret testen op schadelijke stoffen blijven die gaatjes open, maar als een roker zijn vingers erop legt, niet. Daardoor heb je een oneigenlijk gemeten product op de markt dat veel hogere waarden aan slechte stoffen bevat dan de wetgever bedoeld heeft toe te staan. Het tweede argument is dat er verslavende middelen worden toegevoegd aan een sigaret, waarmee de vrije wil opzij wordt gezet. Er wordt vaak gezegd dat mensen uit vrije wil roken: je weet dat het verslavend is en toch steek je er een op. Dat zou een belemmering kunnen zijn voor vervolging, maar wij hebben daar tal van argumenten tegen. Dat was voor ons kantoor doorslaggevend om te pogen het openbaar ministerie zo ver te krijgen om de tabaksindustrie strafrechtelijk te vervolgen.’

“Hoe kun je spreken van vrije wil als de tabaksindustrie alles doet om die vrije wil uit te schakelen?”

Verslavende middelen als in: nicotine?
‘Ik ben ex-roker, ik ben dertig jaar verslaafd geweest. Al die tijd heb ik gedacht dat er nicotine, teer en koolmonoxide in een sigaret zit. Maar er zit veel meer in. Er zitten smaakjes in een sigaret. Er worden suikers aan toegevoegd, en verbrande suiker werkt als een soort antidepressivum. Er worden middelen toegevoegd die de hoestprikkel onderdrukken. Want een lichaam beschermt zichzelf tegen het inhaleren van rook door te hoesten, misselijk te worden of over te geven, omdat rook puur vergif is.’

‘De tabaksindustrie heeft allerlei additieven toegevoegd aan een sigaret om de rook inhaleerbaar te maken. Was dat niet het geval geweest, dan zouden er überhaupt geen rokers zijn geweest. Je zou dus kunnen zeggen dat de tabaksproducent er alles aan doet om het vehikel rook het lichaam in te krijgen. Om zo nicotine de hersenen in te jagen. En zodra dat gebeurt, treedt er een verandering van het brein op, waardoor de verslaving ontstaat. Dat hele samenspel van manipulaties, van de ingrediënten van de sigaret, van de marketing van het product, van het normaliseren van de sigaret, hebben wij ten grondslag gelegd in onze aangifte van het plegen van strafbare feiten door de tabaksindustrie.’

Zoals u aangeeft: mensen weten dat het verslavend en schadelijk is.
‘Tachtig tot negentig procent van alle verslaafde rokers is begonnen op het moment dat ze rond de veertien jaar oud zijn. Je moet achttien of ouder zijn om sigaretten te kopen, maar er is niets zo gemakkelijk te verkrijgen. Op elke hoek van de straat, in elke supermarkt en in bijna elke winkel zijn ze te koop. Het puberbrein is helemaal niet bezig met gezondheidseffecten die optreden als je dertig of veertig bent, maar met het hier en nu. Met het uitproberen van dingen die niet mogen. En juist omdat bijna alle verslaafden begonnen zijn op jonge leeftijd, op een leeftijd waarop je de consequenties niet kunt wegen, vinden wij dat die keuze geen vrije keuze is.’

Tekst loopt door onder de afbeelding.
1565871193.jpg
Anne Marie van Veen, Bénédicte Ficq en Wanda de Kanter (foto: ANP/Remko de Waal).

Er zijn mensen die ermee stoppen.
‘Mijn zoon is op zijn zestiende begonnen met roken en kon er niet meer vanaf komen. Hij is gestopt onder intensieve begeleiding en dat gaat tot nu goed. Ik heb dertig jaar gerookt en al die tijd ontkend dat ik verslaafd was. Ik ben pas van de sigaretten afgekomen toen ik kinderen kreeg. Het afkicken was verschrikkelijk, ik heb een jaar lang in een hel geleefd. Dat heeft niets met wilskracht te maken. Sommige mensen zijn ontzettend krachtig en energiek en hebben een sterk ontwikkelde wil, maar hun brein is zodanig aangetast door de verslaving dat ze er niet meer vanaf kunnen komen.’

‘Ik heb rapportages ingezien van het AMC en ben me helemaal lam geschrokken wat een verslaving met hersenen doet. Je bent niet slap, je bent verslaafd. Je brein is verslaafd. Het verzint excuses, geeft toe aan het kopen van een pakje sigaretten, aan het opsteken ervan. Vanaf de eerste week is er al geen sprake meer van vrije wil. Die is verdrongen, totaal weg. Een verslaafde roker zou omarmd moeten worden, die heeft een ziekte aan het brein. Dan is het toch absurd om te weten dat de tabaksindustrie overlegt hoe de sigaret zo verslavend mogelijk te maken is? De notulen van die overleggen zijn in te zien op internet. Hoe kun je spreken van vrije wil als er tegelijk alles aan gedaan wordt om die vrije wil uit te schakelen?’

Toch is juist die vrijheid het handelsmerk van de tabaksindustrie.
‘De tabaksindustrie heeft altijd geschermd met het begrip vrijheid. De Marlboro-man op zijn paard, hoog op een berg, die straalde vrijheid uit. Inmiddels zijn er al drie Marlboro-mannen aan longkanker overleden. Kijk eens naar films, naar Netflix-series: waarom roken er zoveel hoofdpersonen? Dat is allemaal stiekeme, slimme product placement door de tabaksindustrie. Al decennia wil de tabaksindustrie ons laten geloven dat we vrij zijn als we roken. Maar vrijheid is een heel relatief begrip. Natuurljk moet je vrij zijn in wat je denkt, in wat je zegt en in wat je wilt. Maar hoe vrij ben je als je wilt stoppen met roken, en het niet lukt? Ik ben nog nooit een roker tegengekomen die verslaafd wil zijn. Het kost je poen, het kost je je gezondheid, je moet naar buiten om een sigaretje te roken: iedereen wil er vanaf, maar het lukt maar heel weinigen. Het is dan toch van de zotte om van vrijheid te spreken?’

Wat maakt het zo moeilijk om te stoppen?
‘Mensen weten vaak niet dat tabaksverslaving veel moeilijker te overwinnen is dan bijvoorbeeld alcoholverslaving. Bovendien zal je omgeving je veel sneller aanspreken op overmatig alcoholgebruik. Als ik met drie wijntjes achter de kiezen om half negen achter mijn bureau zit en ik sta lallend clienten te woord, dan zullen mijn kantoorgenoten me heel snel vragen om daarmee te kappen. Tabak is in die zin het geniale verslavende middel. Omdat je er niet anders van wordt. Omdat je er niet dronken van wordt. Omdat je gewoon kunt functioneren. Sterker nog, je bent zelfs ietsjes scherper in je hoofd. De sociale omgeving zal je er niet op aanspreken als je om half negen achter je bureau gaat zitten en je hebt al tien sigaretten gerookt.’

‘Het is een verslaving die niet op z’n meritus wordt beoordeeld, door een gebrek aan kennis over hoe verslavend het product is en de gevolgen ervan. Mensen weten dat je er longkanker van kunt krijgen, maar vergeten dat je er blind van wordt, impotent, dat je er eerder dement van wordt, dat je er diabetes van krijgt. Al je organen raken beschadigd, doordat je DNA aangetast wordt door al die rotzooi die in een sigaret zit. Dat weet de tabaksindustrie en toch maken ze de sigaret heel bewust verslavend. In de wetenschap dat van de drie gebruikers er twee dood zullen gaan, laten ze zich voorlichten door allerlei deskundigen om de sigaretten zo lekker, verslavend en rookbaar mogelijk te maken.’

Tekst loopt door onder de afbeelding.
1565871533.jpg
Bénédicte Ficq en Anne Marie van Veen (foto: ANP/Remko de Waal).

En dus moet je mensen in bescherming nemen?
‘Het menselijk brein is niet in staat om gevaren op lange termijn als zodanig te zien. Er zijn proeven gedaan met mensen in een MRI-scanner. Vraag je ze of ze in een leeuwenkooi in Artis gezet willen worden, dan stemt niemand daarmee in. En geen hond wil aan een sigaret beginnen waarvan je weet dat je er drie weken later aan overlijdt. Het is anders als het gevaar op lange termijn komt. Als je weet dat twee op de drie mensen aan roken overlijdt, dat je er tal van ernstige, invaliderende ziektes aan over kunt houden, maar dan pas over tien, vijftien of twintig jaar, dan reageert het brein, dat blijkt uit de MRI-onderzoek, alsof het gaat om iemand anders.’

‘Waarschijnlijk is dat omdat we niet goed kunnen functioneren als we rekening zouden moeten houden met alle gevaren die in de toekomst mogelijk op ons pad kunnen komen. Dan is het leven onmogelijk. Dat zie je ook met klimaatverandering: het feit dat onze planeet binnen afzienbare tijd naar de klote gaat, dat zal ons een zorg zijn. De tabaksindustrie heeft ‘de mazzel’ dat het brein zo werkt. Maar je kunt op basis hiervan ook beargumenteren dat roken geen overwogen keuze is.’

Toch vinden veel mensen die bescherming betuttelend.
‘We vinden het allemaal heel normaal dat mensen een autogordel dragen, om de simpele reden dat het makkelijk is om op die manier doden te voorkomen. En er zijn wel meer nationale regels die op een gemakkelijke manier mensen tegen zichzelf in bescherming nemen. Als je dat geen enkel probleem vindt, dan moet er ook regelgeving komen tegen een product waaraan per week 325 Nederlandse ingezetenen overlijden. Als je alle verslavingen – cocaïne, XTC, alcohol, enzovoorts – bij elkaar zou nemen, dan komt het aantal doden niet in de buurt van het aantal mensen dat aan roken overlijdt. En dan heb ik het nog niet eens over de zieken.’

Toch is het Openbaar Ministerie niet tot vervolging overgegaan.
‘Er botsten twee werelden in de rechtszaal. Als je weet dat een multinational maar in één ding geïnteresseerd is – winst maken met de verkoop van dit dodelijke product – dan moet je als overheid toch de grondwet naleven en de gezondheid van je burgers beschermen? Maar de rechter volgde een heel simpele redenering in het besluit tot afwijzing. Namelijk dat de overheid regelgeving heeft, gebaseerd op Europese regelgeving, en dat mits tabaksproducenten zich aan die regels houden, het niet aan een rechter is om het Openbaar Ministerie te bevelen om tot vervolging over te gaan.’

Was dat een groot verlies voor u?
‘Niet voor mij, maar vooral voor al die mensen die deze zaak aangespannen hebben. Alle patiënten die ik sprak gedurende de tweeënhalf jaar dat we met deze zaak bezig waren, zijn nu dood. Ik denk dat we een bijdrage hebben geleverd aan het ontmaskeren van de tabaksindustrie, maar ik ben er nog niet klaar mee. Als je je erin verdiept, kun je er ook niet mee stoppen. Ik merk ook dat het politiek leeft, maar we moeten niet wachten op stroperige beleidsmakers om dit probleem op te lossen. Er moet weer iets bijzonders gebeuren en dat staat ook te gebeuren. Ik wil daar nu verder niets over zeggen, maar er zit iets in het vat.’