Aankomst

BABAH TARAWALLY – Op een dag in juli 1995 arriveer ik op Schiphol en loop direct naar de douane om me aan te geven als ontheemde vluchteling. De bloedige burgeroorlog in mijn land van herkomst Sierra Leone woedt hevig, maar hier op Schiphol is dat onopgemerkt gebleven. Gegrild door de oorlog hoop ik hier te helen.

 

Op het moment dat je besluit een nieuw leven te beginnen, verander je. En wanneer je naar een ander land reist, kom je eerst jezelf tegen voordat je de ander ontmoet. Alles wat je ziet en voelt is als nieuw en kleurt je belevingswereld. Het maakt je enorm bewust van jezelf; hoe je eruitziet, wat je doet en hoe anderen naar je kijken.

 

Ik ben gedwongen gaan reizen en het land waar ik me nu bevind is de tegenpool van alles wat ik ooit in mijn leven heb gezien en gevoeld. Het is alsof ik van de kleuterklas direct naar de middelbare school ben gegaan, zonder instructies.

 

En hier zit ik nu, op een Nederlands vliegveld in een zaal vol soortgenoten. Reizigers uit alle windstreken, voor het gemak samengevoegd tot één homogene groep. Gekarakteriseerd door diverse benamingen: gelukszoekers, allochtonen, vluchtelingen en asielzoekers. Voor de autoriteiten zijn we een soort plaag, een zwerm vliegen op een stuk vlees. Wij reizigers denken hier heel anders over. Wij zien onszelf als pelgrims op zoek naar een betere en veilige toekomst. Net als al de profeten in de heilige boeken; zij moesten één of meerdere keren vluchten voor hun leven. Ook ons is het gelukt om veilig in een vreedzaam land aan te komen. Een grote overwinning. Dat verheven gevoel van bovennatuurlijke wonderen zweeft als een wolk boven onze hoofden. In gedachten staan onze namen al gegraveerd in een gedenksteen: ‘Hassan, Muhammad, Milka, Dusika, Talat, Babah, Khalid, Milet, Fatim, Zhang, Mamadou, Ofosu, Sunny, Faso, Bouba, Emmanuel, Maslah, Safi, Sara, Amir, Hussein, Masud, Joseph, Kasun, Pasindu, Supun, Josip, Ivan, Vladimir’ en nog meer onbekende namen.

 
De tekst loopt door onder de afbeelding.

 

Elke dag verrijzen nieuwe namen in de zaal, als druppels uit een kraan die niet helemaal is afgesloten. Namen afkomstig uit alle windstreken waar oorlog en dreiging overheersen, en waar een normaal leven onmogelijk is. Velen komen uit voormalig Joegoslavië, Irak, Afghanistan, China, Syrië, Iran, Sri Lanka, Gambia, Senegal, Soedan, Somalië, Nigeria en Sierra Leone. Ik heb geen idee hoe lang sommige namen hier al zijn.

 

Ik leer veel op deze eerste dagen waarin de wereld is verenigd in één ruimte. Volgens de autoriteiten, die ons in deze zaal hebben verzameld, horen we voor het eind van de dag of onze asielverzoeken worden ingewilligd. Sommige namen horen deze boodschap al enkele dagen. Degenen die geluk hebben, worden overgeplaatst naar een asielzoekerscentrum in het land. Voor pechvogels eindigt de pelgrimstocht met een enkeltje terug naar huis.

 

Ik heb vannacht voor het eerst in mijn leven geslapen met het licht aan. De priemende tl-buizen verdrongen de nacht. De bank was hard en oncomfortabel. De nieuwe indrukken krachtig en onwennig. Het kostte mij veel moeite om de slaap te vatten. Ik begrijp dat ook slapen in een nieuw land vereist dat ik wen. De lucht die ik inadem is zwaar, de kracht van mijn longen traag. Ik vraag me af of de zuurstof die de planten en bomen in dit land uitstuwen dezelfde is als die van de krachtige planten met sterke, diep geaarde wortels in mijn eigen land ver overzee. Ik dank de almachtige God dat ik leef.

“Het is alsof ik van de kleuterklas direct naar de middelbare school ben gegaan, zonder instructies.”

Sinds mijn aankomst gisteravond word ik met grote regelmaat onderworpen aan een vragenvuur. Ik moet in één uur meer vragen beantwoorden dan in mijn tweeëntwintig levensjaren hiervoor. Gezien het fanatisme van de vragenstellers ben ik ervan overtuigd dat er nog veel meer zullen volgen. De vragen dwingen mij na te denken over zaken waar ik me nooit bewust van was. Mijn geheugen raakt langzaam besmeurd met vreemde gedachten. Nooit eerder heb ik stilgestaan en nagedacht over de gebruiken in mijn land, noch over de kleur van mijn huid. Binnen een dag ben ik me uiterst bewust geworden van waar ik vandaan kom en wat dit betekent binnen de hiërarchie van de namen in de zaal. Ik bevind me in een ruimte waar menselijkheid wordt gemarkeerd door huidskleur en afkomst. Er is veel kleur in de zaal en al snel merk ik dat mijn zwarte huid niet in mijn voordeel werkt. Wit lijkt te overheersen, is dominant, wat vreemd is gezien het feit dat het een eenling is in de diversiteit aan reizigers. En ik merk dat alle tussenkleuren wit als leider nemen en een gezamenlijke vuist maken richting zwart. Waardoor wit, als protagonist, pal tegenover zwart komt te staan.
De tekst loopt door onder de afbeelding.


Deze bewustwording is mijn eerste ervaring in het Westen. En dat voelt ongemakkelijk. Alle pogingen tot contact met mijn gekleurde medepelgrims lopen op niets uit. Het is niet de gesproken taal die belemmerend werkt maar juist het ongesproken woord. Ik voel mij in een hoek gedrukt door boze, afkeurende en kille blikken, afwerende gebaren en gespuug op de vloer. En ik zie hetzelfde bij de witte mensen die naar me kijken. Ik word me bewust dat mijn zwarte huid mij veroordeelt tot een identiteit die ik niet wil aanvaarden. Die van een boze zwarte man.

 

Deze kanteling in mijn denken veroorzaakt kortsluiting. Het is uitermate verwarrend dat het decor van mijn wereld zo plotseling is veranderd. Daar waar ik was en hier waar ik ben blijken tegenpolen te zijn. Ik zal snel moeten veranderen om de twee werelden te verenigen en me eigen te maken. Ik vraag me oprecht af of ik dat kan. Ik denk koortsachtig na hoe ik mijn verleden en toekomst met elkaar kan verenigen in het nu. Ik zal een keuze moeten maken. Mijn land van herkomst trekt aan me en vraagt om het niet te vergeten, en zijn cultuur en tradities niet te verwaarlozen. Dit nieuwe land zal van mij vragen om zijn regels, normen en waarden over te nemen. En in dit nieuwe land lijkt het individu centraal te staan. Het draait om me, myself and I. Ik schrik. Overnemen van deze nieuwe cultuur betekent het aanvaarden van een koerswijziging van collectief naar individu. Wat zal er met mij gebeuren wanneer ik als zwarte Afrikaanse man kies voor mijn individualiteit? Ik besluit het advies van mijn oma te volgen: ‘Wanneer je naar een nieuw land gaat waar alle mensen op één been lopen, ga dan niet eigenwijs of onnadenkend op beide benen lopen.’ Alvorens ik een stap zet, zal ik eerst goed kijken hoe ze lopen.

 

De tekst loopt door onder de afbeelding.


 

De wijsheid van mijn oma is als een filosofieboek dat ik onder mijn oksel met me meedraag. Ze was levenswijs en ze leerde mij als kind hoe ik zelfstandig moest zijn, en hoe ik mijn eigen economie kon creëren, onafhankelijk van de lokale economie. Ik hielp haar in de tuin om groenten, peper, cassave, zoete aardappel, yam en verschillende gewassen te planten en te oogsten. We aten uit de tuin, en de rest verkochten we aan onze buren. Met het geld kon ik speelgoed, schoenen en kleren kopen, en ook zakgeld meenemen naar school.

 

Met al deze levenslessen van mijn wijze oma sta ik voor de toegangspoort van Nederland. Hier leg ik een toelatingstoets af in het Engels. Helaas kan ik het gesprek niet in mijn moedertaal voeren. Vanaf vandaag begint die te sterven. Ik weigerde gebruik te maken van een tolk omdat ik directe verbinding zocht met mijn ondervrager, en ook bang was dat mijn woorden verloren zouden gaan in de vertaling. Ik krijg als eerste vraag: waar kom je vandaan?

 

‘Ik ben geboren en getogen in Sierra Leone. Ik stam af van de Mandingo. Een volk dat zijn oorsprong heeft in Mali. Zeven dagen na mijn geboorte kreeg ik de naam Abubakar van mijn vader, Arabisch voor “waarheidlievend”. Maar omdat mijn vader zijn vader altijd Babah noemde, dat in het Mandingo “vader” of “kostwinnaar” betekent, gebruikte hij deze naam voor mij om zijn vader te herdenken. Sindsdien noemt iedereen mij Babah. Mijn achternaam Tarawally staat in het Frans voor Traore, net zoals de voormalige Malinese president Moussa Traore. De Traore’s waren in het tijdperk van de Malinese koninkrijk belangrijke militaire adviseurs van de koning. Vanwege de burgeroorlog in mijn geboorteland Sierra Leone moest ik halsoverkop vluchten naar Nederland. De oorlog werd grimmiger, en onschuldige burgers als ik werden het doelwit van de rebellen en het regeringsleger.’

 

De politieagent kijkt me strak aan en zegt: ‘Ik vroeg je niet wie je bent, ik vroeg alleen waar je vandaan komt.’

 

Babah Tarawally spreekt zaterdag 27 oktober op Brainwash Festival. Hij laat dan zien dat we niet gevangen hoeven te blijven in zwart-witdenken. Klik hier voor het hele programma. Kaartjes zijn hier verkrijgbaar. Dit artikel is een fragment uit zijn binnenkort bij uitgeverij Ten Have te verschijnen boek Gevangen in zwart-witdenken.