Waarom ook jij niet zonder hokjesdenken kan

RUBEN JACOBS – Een culturele avond die in het teken stond van het geslacht. Een tijdje geleden was ik er getuige van. Het onderwerp werd vanuit vele hoeken belicht. Uiteraard ging het over seksualiteit, maar er was ook een slager die, tot enige ontsteltenis van de vegetariërs in de zaal, liet zien hoe een varken wordt geslacht. De foto’s laat ik achterwege.

Ergens halverwege de avond kwam een transgender op het podium. Zij, ooit hij, sprak over haar transformatieproces. Een filmmaker had daar een korte film over gemaakt, samen werden ze geïnterviewd. Ze vertelde hoe ze in de loop van de jaren langzaam vrouw werd, en hoe de toenemende aandacht voor transgenders in de media haar daarbij enorm had geholpen. Eindelijk kreeg ze het gevoel dat er meer maatschappelijk begrip ontstond voor de aard en situatie van haar en vele andere transgenders.

Toen het gesprek op zijn eind liep en er naar een conclusie moest worden toegewerkt, gebeurde er iets interessants. De dame in kwestie begon haar enthousiaste verhaal over het bevrijdende en emanciperende karakter van haar transgenderschap plotseling te temperen door er op te hameren dat ze uiteindelijk, als puntje bij paaltje kwam, niet in een hokje geplaatst wilde worden. Het hokje ‘transgender’ was uiteindelijk te beperkend.

Dit terwijl dit hokje haar toch ook veel had gegeven. Had ze zonder het hokje ‘transgender’ überhaupt op het podium gezeten? Was ze anders niet altijd een freak of nature gebleven, omdat mensen haar niet konden definiëren, in een ‘hokje’ konden plaatsen? Met andere woorden: gooide ze nu niet juist het kind met het badwater weg?

Iedereen is uniek, niemand wil in een hokje geplaatst worden. In onze hedendaagse authenticiteitscultuur, waar het verlangen naar eigenheid en uniciteit onze harten sneller doet kloppen, heeft hokjesdenken een behoorlijk slechte naam. De common sense luidt: hokjes zijn beperkend en slecht, ze beroven ons van onze eigen en unieke identiteit. ‘Weg ermee’, roept de menigte. Maar kan dat wel? Kunnen we wel zonder hokjes? Dat vragen maar weinig mensen zich af.

De sociale wetenschappen en ook de neurowetenschappen, bewijzen keer op keer dat wij mensen helemaal niet zonder hokjes kunnen. Hokjes bieden ons overzicht, maken ons leven overzichtelijk en begrijpelijk. Zonder hokjes is de wereld een permanente LSD trip: vloeibaar, ondefinieerbaar en chaotisch (ik weet: sommige mensen zouden dit geenszins een vervelend vooruitzicht vinden).

Toch worden hokjes door mensen vaak als beperkend ervaren. Laatst las ik over iemand die zichzelf beschreef als ‘een eigenzinnige dame die niet in een hokje te stoppen valt’. Een veelgehoorde uitspraak. En nee, niemand is inderdaad in één hokje te plaatsen, maar dat wil niet zeggen dat we ook meteen zonder kunnen. Want terwijl de dame in kwestie zich distantieert van het hokjesdenken, creëert ze ter plekke, zonder dat ze dit wellicht door heeft, weer een nieuw hokje: het hokje ‘eigenzinnige dame’.

Weliswaar een veel breder en minder gedefinieerd hokje, maar alsnog een hokje. Er zijn meer ‘eigenzinnige dames’ in Nederland. Zet ze allemaal naast elkaar en je zult vast een hoop overeenkomsten zien. Het is nu eenmaal een bepaald type mens, met een specifieke sociaal-culturele achtergrond die de woorden ‘eigenzinnig’ en ‘dame’ zal gebruiken. Uiteraard kunnen hokjes demoniserend, discriminerend en zelfs racistisch zijn, maar dat wil niet zeggen dat het tegenovergestelde niet ook waar is: ze kunnen bevrijden, emanciperen.

De LGBTQ scene vind ik daar een mooi voorbeeld van. Daar heeft de laatste twee decennia een explosie plaatsgevonden van nieuwe hokjes. Naast de reeds ingeburgerde hokjes als ‘homo’, ‘lesbi’ of ‘biseksueel’, beschrijven mensen zich nu ook als bijvoorbeeld ‘panseksueel‘, ‘polyseksueel‘ of ‘queer‘. Waarom? Omdat de menselijke soort nu eenmaal een grote verscheidenheid aan seksuele oriëntatie bevat.

Tekst loopt door onder de afbeelding.

1499097142.jpg

Love is all around (foto: Dimitar Belchev).

Die laatste categorie is overigens interessant. Mensen die zich ‘queer’ noemen, keren zich tegen de heersende heteronorm (die volgens hen ook in de homoscene heerst) en trekken elke vorm van hokjesdenken in twijfel. Maar ook hier zie je: zelfs als je het hokjesdenken zelf wil aanvallen heb je een hokje nodig.

Sterker nog: zonder de term ‘queer’ blijft de politieke stellingname die er achter schuilt niets meer dan los zand. De term ‘queer’ geeft het alternatieve krachtenveld een gezicht, een term, en is daardoor grijpbaar voor mensen die daarbuiten staan. Misschien zijn we over honderd jaar allemaal wel ‘queer’ en zijn er weer nieuwe hokjesmakers die ten strijde trekken tegen de gevestigde queerorde.

Volgens mij moeten we niet af willen van hokjes, maar moeten we juist meer en betere hokjes bedenken. Hoe meer hokjes, hoe meer ruimte voor de menselijke diversiteit. Belangrijk is daarbij om in te zien dat we niet zonder kunnen, maar dat we er wel mee kunnen spelen, variëren.

Lang leve de hokjesgeest!

Ruben Jacobs spreekt 28 oktober op Brainwash over het einde van het Humanisme.