Waarom hipsters en autocraten elkaar vinden in hun nostalgie naar de toekomst

ARJEN KLEINHERENBRINK – Wat is de overeenkomst tussen autoritaire staatshoofden en hipsters? De vraag lijkt op het begin van een flauwe grap, maar wie een melige punchline verwacht zal teleurgesteld worden. Wie ze met elkaar vergelijkt komt namelijk tot een verontrustende conclusie.

Is het niet overduidelijk dat zowel de hipsters als de autocraten (tel bij die laatsten ook hun aanzienlijke achterban mee) zich in een wereld wanen waarin de toekomst niet meer bestaat?

Laten we beginnen met de nieuwe generatie autoritaire leiders van het kaliber Erdoğan, Putin, Orbán en Trump. Stuk voor stuk zijn het democratisch verkozen politici die regelmatig worden vergeleken met de ergste dictators uit de 20e eeuw.

Ik wil me hier niet in die discussie over mogelijke overeenkomsten mengen. Ik wil liever benadrukken in welk opzicht er juist een wereld van verschil bestaat tussen de Sterke Mannen van nu en de Grote Leiders van toen.
Autoritaire staatshoofden van toen

De betreffende regimes uit de vorige eeuw hadden stuk voor stuk een radicale toekomstvisie. Ze werden geïnspireerd en geleid door idealisten die een radicale transformatie voor ogen hadden. Ze wilden een Nieuwe Mensheid voortbrengen die zowel fysiek als mentaal superieur aan haar voorgangers zou zijn.

Alle facetten van de samenleving moesten worden gecombineerd tot één gigantisch mechanisme om deze visie te realiseren: kunst, economie, architectuur, politiek, onderwijs, leger, gezinsleven, sport, enzovoort. Ieder individu moest zich volledig inzetten voor de grote sprong voorwaarts of lange mars naar de toekomst. Iedereen moest een gehoorzaam kind zijn van een veeleisende Vader wiens portret in duizend schoollokalen en fabriekshallen toezicht hield op de voortgang.

Bij de autocraten van nu is dit transformatieve ideaal nergens te bekennen. Ze eisen niet dat hun achterban in naam van een nieuwe mensheid afscheid neemt van vertrouwde levenswijzen. Ze subsidiëren geen pompeuze kunstvormen en bouwstijlen die de utopische toekomst alvast qua vorm uitdrukken zolang de inhoud nog niet gearriveerd is. Ze kapen de productiekracht van de economie niet om megalomane publieke projecten te realiseren. Integendeel.

Weerstand tegen verandering

De hedendaagse autocraat boekt juist succes door tegen radicale verandering te zijn. Hij noemt iedere vorm van ingrijpende transformatie een misvatting, voortschrijdende emancipatie incluis. Hij wil helemaal niet verder, hij wil terug. De nieuwe autocraten zijn namelijk vintage as fuck. Ze houden van volksdansen, vergeten groentes, zware industrie, kneuterige woonkamers, vertrouwde rolpatronen, noeste arbeid, regionale tradities en burgerlijke gehoorzaamheid.

Ze appelleren aan een ouderwets ‘wij’ dat ergens in de afgelopen twee eeuwen (kennelijk) bestond en beloven dat in ere te herstellen. Voor hen ligt grootsheid niet in vernieuwing, maar in een gekoesterd verleden. De levenswijze die bij dat verleden hoort wordt enthousiast tot nationale safe space verklaard.

Wee degene die kritiek durft te uiten op deze statische, nauwe bandbreedte van nationale identiteit. Zo sterft bij deze leiders de toekomst. Ze willen slechts het favoriete verleden van hun achterban (of in ieder geval een overtuigend simulacrum daarvan) reconstrueren en dat tot in lengte van dagen als een eeuwig heden in stand houden.

Het geïdealiseerde verleden van de hipster

Dan de hipsters. Zij staan in schril contrast met de subculturen van de tweede helft van de twintigste eeuw, die stuk voor stuk ook tegenculturen waren. Het waren bewegingen die jonge mensen in staat stelden om zich te verzetten tegen de burgerlijke moraal van hun ouders, het convervatisme van hun leiders, de dogmatiek van de gevestigde orde, en allerlei vormen van discriminatie en ongelijkheid die deel uitmaakten van de politieke, juridische en economische status quo.

Naast reactionair waren deze bewegingen ook creatief. Ze zochten naar nieuwe vormen van vrijheid, representatie, gemeenschap, seksualiteit en communicatie. Voor deze bewegingen waren de autocraten van de twintigste eeuw de absolute vijand, maar wat ze desalniettemin met deze vijand deelden, was politieke bevlogenheid en een transformatief ideaal. Het feit dat ze vandaag de dag weliswaar grotendeels getemd zijn door een assimilatie in de popcultuur die alles afvlakt tot plat hedonisme, doet niets af aan hun originele inzet.

Niets van dat voor de hipsters. Ze hebben geen enkel probleem met hun vaders en moeders. Hun idee van verzet tegen de gevestigde orde reikt niet verder dan stemmen op Jesse Klaver. Ze vechten niet voor een transformatie van de kunst, samenleving, politiek, economie of media. Zolang ze WIFI hebben is alles best. Voor de hipsters staat de 21e eeuw niet in dienst van het realiseren van een betere 22e, maar van de constante herhaling van de 20e. Ook de hipsters zijn vintage.

Ze houden van zwarte koffie in oude fabriekshallen, wollen truien, langspeelplaten, rolschaatsen, gehaakte tafelkleedjes, keramieken beeldjes, burgelijke brilmonturen en oude brandweerwagens die zijn omgebouwd tot foodtruck. De mannen zien er steevast uit als houthakkers en de vrouwen als bloemenmeisjes. Ze willen niet de straat op, ze willen de tweede zogenoemde golden age of television volgen op Netflix. Hun versie van nieuwe kunst is de verfilming van comics en series uit de jaren zeventig van de vorige eeuw.

Ook de hipster trekt zich terug in een nostalgische safe space waarin het idee van ware emancipatiestrijd taboe is. Politieke bevlogenheid heeft hier plaats gemaakt voor een blasé soort ironie die ze in staat stelt om zich onmiddellijk te distantiëren van alles dat enigzins lastig is. Ook bij hen sterft de toekomst. Het enige dat ze rest is het constant recyclen van esthetische fragmenten uit de vorige eeuw, op voorwaarde dat ze netjes getemd zijn tot onschuldig vermaak.

Vroeger was alles goed

De hedendaagse autocraten en hipsters grijpen beiden terug naar de vorige eeuw om haar te ontdoen van alle noties van transformatie. De achterliggende gedachte is dat vroeger alles goed was, behalve het idee dat er dingen beter konden. Na deze massale depolitisering willen ze het verleden het liefst tot in lengte van dagen reproduceren. De vraag is echter: waarom? Waarom is het transformatieve ideaal verloren gegaan?

Ten eerste is er het groteske en abjecte geweld dat de regimes van de 20e eeuw nodig vonden om de wereld te veranderen. Ten tweede is het vocabulaire van constante revolutie en verandering ook het favoriete jargon van het kapitalisme. Gezien de mate waarin precies dat systeem mensen in de kou laat staan is het vrij logisch dat er weinig enthousiasme is voor nog meer transformatie. Ten derde is er het simpele feit dat de radicale transformatie van wie we zijn, hoe we denken en wat we doen per definitie moeizaam en pijnlijk is.

Toch vermoed ik dat geen van deze redenen doorslaggevend is. Ik denk dat de werkelijke reden nog veel deprimerender is.

De wereld staat aan de vooravond van een clusterfuck aan politieke, sociale, economische en ecologische problemen van een schaal en complexiteit waar geen enkele samenleving ooit mee geconfronteerd is. Denk daarbij aan de opwarming van de aarde, massamigratie, de toenemende biochemische mogelijkheden om mensen tot in detail te ontwerpen, de afnemende voorraad fossiele brandstoffen, de planetaire voedselvoorziening, de positie van multinationals ten opzichte van staten, de instabiliteit van financiële markten, de robotisering van de industrie, de rol van big data, enzovoort.

Stuk voor stuk vraagstukken waar we totaal niet op voorbereid zijn. Vraagstukken die dus van ons eisen dat we gloednieuwe manieren van denken en handelen ontwerpen. En dat is moeilijk. Kennelijk te moeilijk.
Nostalgie naar de toekomst

Liever steken we collectief onze kop in het zand en doen we alsof we leven in een soort simulacrum van de twintigste eeuw. Vandaar dat de Verenigde Staten, Rusland en China vrolijk bezig zijn met het opnieuw optuigen van de Koude Oorlog, dit keer met Noord-Korea in de rol van Vietnam. Vandaar dat in onze nationale verkiezingen constant het oude, gammele paard van de oh-zo-zielige middenklasse en haar noodlijdende portemonnee van stal werd gehaald.

Feitelijk zijn we nostalgisch naar de toekomst. We herhalen de twintigste eeuw, omdat er toen tenminste nog iets te winnen viel. Toen werden we nog niet geconfronteerd met de mogelijkheid dat de boel in allerlei domeinen wel eens radicaal op de klippen zou kunnen lopen. Omdat de problemen van de vorige eeuw echter niet meer werkelijk onze meest urgente problemen zijn, herhalen we ze slechts in gedepolitiseerde vorm.

Het enige dat overblijft is de statische, bloedeloze herhaling van een tijd die feitelijk al voorbij is.

Arjen Kleinherenbrink spreekt op 28 oktober op Brainwash Festival.