Stop veroudering

AUBREY DE GREY – Ik werk op het gebied van veroudering. En ik ben er niet voor. Ik zal je vertellen wat ik erop tegen heb en wat ik doe om er een eind aan te maken. Ik zal eerst ingaan op de reden waarom ik geloof, en waarom ook jij zou moeten geloven, dat we in de geneeskunde veroudering binnenkort een halt kunnen toeroepen. Daarna vertel ik waarom veroudering slecht is en dat we dit dus een halt moeten toeroepen.

Ik merk dat ik om te beginnen veel mensen er nog achter moet laten komen dat dit inderdaad twee verschillende vragen zijn: de vraag of veroudering slecht is en de vraag of we het kunnen stoppen. Veel mensen weigeren een intelligent gesprek aan te gaan over het onderwerp. Ze hebben namelijk al besloten dat het tegengaan van veroudering een slecht idee is en dat het rampzalige gevolgen zou hebben voor de samenleving. Dezelfde mensen zijn tegelijkertijd van mening dat het geen zin heeft om het onderwerp te bespreken, omdat ze overtuigd zijn dat we er toch nooit iets aan kunnen doen. Ze denken dat het net zoiets is als zoeken naar een perpetuum mobile.

Dit is problematisch, omdat beide overtuigingen niet kloppen: veroudering is wel degelijk iets slechts dat we zouden moeten verhelpen én dit is mogelijk. We kunnen naar alle waarschijnlijkheid veroudering binnen een paar decennia onder controle krijgen met medische kennis. Hoeveel decennia we hier precies voor nodig hebben, valt zoals bij elke nieuwe technologie, nog te bezien. Maar we maken goede kans dat het snel genoeg zal zijn dat iedereen die dit leest ervan zal profiteren.

Ten eerste zal ik dus ingaan op de haalbaarheid van het tegengaan van ouderdom. De geschiedenis biedt ons niet veel hoop. We proberen namelijk al sinds de tijd van Gilgamesj, zo niet langer, veroudering te stoppen en dat lukt niet erg goed. We boeken zelfs erbarmelijk weinig succes.

Daar zijn meerdere redenen voor. Het is vooral een heel lastig probleem, want een grote opgave om vat op veroudering te krijgen. Maar het is ook een feit dat de geneeskunde in relatief korte tijd vat heeft gekregen op vele andere dingen die eerst buiten ons bereik leken te liggen. Tweehonderd jaar geleden stierf ruim een derde van alle kinderen voor het eerste levensjaar. Zelfs in de rijkste landen. Nu is de kindersterfte zeer laag door bepaalde vorderingen in de geneeskunde.

Om greep te krijgen op veroudering moeten we nog veel meer uitzoeken. De problemen zijn groter. Dat we nog maar zo weinig succes hebben geboekt, komt doordat we het tot nu toe niet slim hebben aangepakt.

We maken fundamentele fouten, en met ‘we’ bedoel ik de samenleving als geheel, wanneer we proberen te begrijpen wat de aard van een ziekte is. We hebben ziekten en gebreken die gepaard gaan met ouderdom behandeld alsof het ontstekingen waren, zaken die je uit het lichaam kon bannen, net zoals je dat kunt doen met tuberculose of waterpokken. Dit is niet het geval, maar daarom kun je het nog wel bestrijden.

We moeten preventiever te werk gaan door periodiek preventief onderhoud te plegen aan het menselijk lichaam en zo de volledige functionaliteit te verlengen, zowel fysiek als mentaal, zoals we dat al doen bij simpele machines, zoals auto’s. Niet voor niets rijden er nog steeds auto’s rond die honderd jaar oud zijn. De reden is niet dat ze erop gebouwd waren om honderd jaar mee te gaan. De reden is dat preventief onderhoud werkt.

Veroudering is iets natuurkundigs. Elke machine met bewegende onderdelen zal zichzelf uiteindelijk beschadigen als gevolg van zijn normale werking. Maar die schade kan tussentijds worden hersteld. Door periodiek herstel kan de machine blijven werken. Je houdt daarmee namelijk de hoeveelheid schade onder een bepaalde drempel waarboven de werking gebrekkig wordt en de machine uiteindelijk uitvalt.

Het is veel moeilijker om dit met het menselijk lichaam te doen, omdat dat complexer is dan een auto en niet iets is dat de mens ooit zelf heeft ontworpen. Maar dat is alleen een verschil in complexiteit.

In de afgelopen tien jaar zijn we gaan begrijpen dat we het inderdaad kunnen oplossen. Dat er een manier is om het probleem van veroudering op te splitsen in een aantal deelproblemen die te verhelpen zijn met haalbare, voorzienbare, preventieve geneeskunde. Dit is regeneratieve geneeskunde, die werkt door schade te herstellen.

Tot zover de haalbaarheid. Nu ga ik het hebben over de wenselijkheid. Sommigen van jullie zullen denken: dat lijkt me helemaal niet zo’n goed idee. Waar moeten al die mensen blijven? Hoe gaan we de pensioenen betalen? Is het niet vreselijk saai om zo lang te leven?

Ten eerste wil ik erop wijzen dat al die zorgen niet direct gaan over het bestrijden van veroudering. Ze gaan over een gevolg van deze bestrijding, dat mensen langer zullen blijven leven als ze langer gezond zijn. De meeste mensen sterven namelijk doordat ze ziek zijn en de belangrijkste oorzaak van ziekte is ouderdom. Als we deze oorzaak kunnen wegnemen, zal het statistische gevolg zijn dat mensen langer leven.

Is dat slecht? Niet per se. Zou jij de ziekte van Alzheimer willen krijgen? Of het ooit een ander toewensen? Waarschijnlijk wens je het zelfs je schoonmoeder niet toe. Dat is wat je tot je door moet laten dringen. Er is geen betekenisvol biologisch verschil tussen ouderdomsziekten en deze dingen die je niet wilt: alzheimer, kanker, slagaderziekte, botontkalking. Veroudering is geen mysterie. Het is geen ziekte op zichzelf, zoals tbc, maar een verzamelnaam voor alle zogeheten ouderdomsziekten en alle dingen die we toeschrijven aan veroudering zelf, zoals de afname van spiermassa of botmassa en een verminderde functie van het immuunsysteem. Dit zijn allemaal onderdelen van hetzelfde verschijnsel. Het is onzin om sommige van deze dingen als slecht te beschouwen – als dingen die genezen moeten worden – en andere als een zegen. Want geen van die dingen is een zegen.

Veroudering, al die dingen samen, is de oorzaak van twee derde van alle sterfgevallen. In geïndustrialiseerde landen is het zelfs de oorzaak van 90 procent van alle sterfgevallen. Het is dus ook de oorzaak van minstens dat deel van alle leed in de wereld. Je gaat er niet alleen dood aan, je gaat er ook langzaam dood aan. Vrijwel iedereen sterft er pas aan na een lange periode van ziekte, zwakte, afhankelijkheid en algehele misère.

En dat is iets waar ik tegen ben. We moeten het verhelpen. En ja, de wereld zal veranderen. De wereld zal niet meer dezelfde zijn wanneer we hierin geslaagd zijn. Maar de wereld is nu ook anders dan de pre-industriële wereld. Maar bijna niemand vindt daarom dat de industriële revolutie geen goed idee was.

Natuurlijk moeten we bedenken hoe het straks dan moet. We moeten dat bedenken voordat de technologie om veroudering te stoppen er is. En dat stoppen zal ons lukken, in elk geval voor een groot deel.

Maar op dit moment heerst er angst voor die totaal andere wereld en wellicht is er tegelijkertijd ook de angst dat wij niet meer zelf van die technologie kunnen profiteren. Die angst leidt tot onwil in de samenleving om echt aan het werk te gaan. Onwil om het geld beschikbaar te stellen dat nodig is om de snelheid van het onderzoek te optimaliseren. Deze onwil kost mensenlevens. Per dag sterven honderdduizend mensen aan veroudering. Dat zijn veel mensen, dertig World Trade Centers vol, elke dag weer.

Ik vind dat we dat zo snel mogelijk moeten verhelpen. Ik vind dat iedereen het aan zichzelf, zijn naasten en de samenleving verplicht is om deze missie te steunen. Het is de grootste uitdaging waar de mensheid voor staat en tegelijk onze grootste kans.