Sandel, de zwarte neushoorn en het Brainwash Festival

WIM BOONSTRA – Op 24 oktober 2015 vond in Amsterdam het zogeheten Brainwash Festival plaats. Bij die gelegenheid trad onder meer Harvard hoogleraar Michael Sandel op. Sandel houdt zich vooral bezig met vraagstukken inzake economische ethiek, in het bijzonder de ethiek van markten. Het was geweldig om te zien hoe hij de meerderheid in een zaal met 1500 mensen op het verkeerde been zette zonder dat iemand het door leek te hebben.

Sandel kwam onder meer met een prachtige casus over het beschermen van de zwarte neushoorn. Deze soort wordt bedreigd als gevolg van de jacht door stropers. In Namibië wil de overheid wel op een heel ongebruikelijke manier geld bijeenbrengen om de soort te redden. Men wil bij opbod het recht verkopen om één zwarte neushoorn te doden. Met het aldus verkregen geld kunnen maatregelen worden getroffen om de rest van de populatie te beschermen. Uiteindelijk wist men op deze manier in één klap 350.000 dollar voor het goede doel te verkrijgen. De gelukkige winnaar was een jachtlustige Texaan die er een vermogen voor over had om een neushoorn af te knallen.

De vraag van Sandel aan de zaal was uiteraard: wat vinden wij hiervan vanuit het oogpunt van ethiek? De zaal kon via hand opsteken reageren: voor of tegen. Een meerderheid van de aanwezigen die reageerden vond het een slecht idee. Weliswaar bleek bij doorvragen door Sandel, dat een aantal mensen van mening was dat de benadering van de Namibische overheid kon worden verdedigd als op deze manier de zwarte neushoorn kon worden gered, maar de afkeer overheerste. Het debat schoof ongemerkt op in de richting van de vraag ‘wat vinden wij van de jacht?’. De overgrote meerderheid van de discussianten hield duidelijk niet van jagen. Het mooiste argument kwam wel van iemand die stelde dat op deze manier de jacht werd gelegitimeerd. Dat vond hij niet goed. Overigens was er ook een grote groep die geen standpunt innam. Veel handen bleven omlaag.

Dit voorval illustreert op een geweldige manier hoe mensen de neiging hebben op vragen te reageren op basis van intuïtie en dat deze snelle reactie vaak de rationele afweging in de weg staat. Ons brein heeft de neiging om snel op situaties en dus ook vragen te reageren op grond van eerdere ervaring en vanuit een bestaand normatief kader. Daarbij wordt vaak de vraag wat aangepast aan het bestaande referentiekader van het brein, waardoor in veel gevallen ongemerkt een andere vraag wordt beantwoord dan degene die voorligt. Nobelprijswinnaar (economie, 2002) Daniël Kahneman, verbonden aan Princeton University, omschrijft dit als de werking van het snelle Systeem1 (de intuïtie) versus dat van het tragere Systeem 2 (de ratio). In veel gevallen heeft Systeem 1 de vraag al beantwoord voordat het tragere en naar zijn mening ook wat luiere Systeem 2 er überhaupt aan te pas komt. Te weinig stellen wij onszelf bij belangrijke afwegingen expliciet de vraag: wat weten wij? Wat zijn de feiten? Hoe compleet en betrouwbaar is onze informatie?

In het geval van het voorbeeld van Sandel had de vraag in drieën moeten worden gesplitst om tot een zuivere afweging te komen. Die vragen moeten vervolgens in de relevante volgorde worden beantwoord. De eerste vraag was: is het verdedigbaar om een grotere groep te redden door één exemplaar hiervoor op te offeren? Of omgekeerd gesteld: moeten wij één zwarte neushoorn redden, ook als dat kan betekenen dat daardoor de hele groep in de gevarenzone blijft? Dit is tweemaal dezelfde vraag, zoals de lezer zal begrijpen, maar vanuit een ander perspectief. Ook dit is belangrijk, omdat de manier waarop een vraag wordt gesteld (“geframed”) al invloed kan hebben op de uitkomst. Als het antwoord op deze vraag is dat het belang van die ene neushoorn zwaarder weegt dan dat van de groep zijn we klaar. De overige vragen zijn dan niet meer relevant, zoals verderop zal blijken.

Ingeval dat het antwoord op de vraag positief is, ofwel de groep mag worden gered door één neushoorn te offeren voor het hogere groepsdoel, dan gaan wij door naar vraag twee. Die vraag is of wij de manier waarop het offer wordt gebracht, te weten het bij opbod verkopen van het recht om één zwarte neushoorn af te schieten, acceptabel vinden of niet. Ook hier geldt weer dat, als de methode acceptabel wordt geacht, vraag drie achterwege kan blijven. Want dan zijn we klaar: de groep mag worden gered ten koste van een individueel exemplaar en de manier waarop – het bij opbod verkopen van het recht om één neushoorn af te schieten – vinden wij acceptabel. Maar de kans is groot dat vraag twee, zeker als die in isolatie wordt gesteld, door de meerderheid wordt afgewezen. Dat was in ieder geval wat gebeurde in de zaal op 24 oktober.

Vervolgens gaan wij door naar vraag drie. Dat is de moeilijkste van de drie en legt het echte ethische dilemma pas expliciet echt bloot. Die vraag luidt: ‘wat weegt zwaarder: ‘onze behoefte om de soort te redden tegenover de afkeer van de manier waarop, te weten het bij opbod verkopen van het recht om een zwarte neushoorn af te knallen aan een rijke, jachtlustige man uit Texas?

Deze vraag drie is uiteraard dezelfde als de vraag die Sandel de groep voorlegde. Het verschil is dat, door de subvragen expliciet te maken en onafhankelijk van elkaar te beantwoorden, Systeem 1 min of meer op het verkeerde been wordt gezet. Dit komt doordat dat de nog in hoge mate door Systeem 1 gegenereerde antwoorden op beide vragen met elkaar op gespannen voet staan. Want de antwoorden ‘natuurlijk willen wij de soort redden, ook als dat één exemplaar de kop kost’ en ‘wij vinden het tegen betaling jagen op met uitsterven bedreigde dieren walgelijk’ sluiten elkaar in dit geval uit. Er moet een afweging van een hogere orde worden gemaakt. Dat zijn de momenten dat Systeem 2 wordt geactiveerd om de afweging te maken. Waarbij ook om aanvullende informatie zal worden gevraagd. Daarbij komen dan bijvoorbeeld vragen aan de orde of die 350.000 dollar wel echt zal worden gebruikt om zwarte neushoorns te beschermen. En of je met 350.000 ook daadwerkelijk een significante bijdrage kan leveren aan het beschermen van de soort. En uiteraard zal de vraag rijzen of er andere, minder controversiële manieren zijn om de zwarte neushoorn te redden.

Sandel wil laten zien waar de morele grenzen van de markt liggen. Met zijn voorbeeld illustreerde hij  hoe moeilijk die afwegingen zijn en dat het lastig is om tot zuivere besluiten te komen. Wat hij echter vooral liet zien was hoe snel een moeilijke vraag wordt vervangen door een andere, door ons brein op basis van eerdere ervaringen en observaties eenvoudiger te beantwoorden vraag. Overigens was er in de zaal, zoals gezegd, ook een grote groep die geen keuze maakte. Wellicht dat hun intuïtie ze juist waarschuwde dat hen een vraag werd voorgelegd die zij vanwege een gebrek aan informatie niet zinvol konden beantwoorden. Intuïtie is vaak, maar lang niet altijd verkeerd. Wat dit voorbeeld ons boven alles leert is dat moeilijke vragen zich slecht lenen voor een snel antwoord, omdat ons eigen brein ons op het verkeerde been kan zetten.